Deltacommissaris en het Deltaprogramma

Nederland wil zich goed beschermen tegen overstroming vanuit zee en vanuit de rivieren. Daartoe is sinds 1 februari 2010 een deltacommissaris aangesteld – tot 2017 is dat Wim Kuijken – die jaarlijks een Deltaprogramma opstelt en de uitvoering coördineert. Het Deltaprogramma gaat over de langetermijnveiligheid van ons land en over de zoetwatervoorziening. In het Deltaprogramma werken verschillende overheden en organisaties onder leiding van Kuijken samen.

De gevolgen van een overstroming als de watersnoodramp kunnen nu, vijftig jaar later, aanzienlijk groter zijn. Nederland is dichter bevolkt en in het gebied dat onder water kan komen te staan, zo’n 60 procent, liggen de grootste steden. Ook ligt hier een groot deel van het economisch centrum. Tegelijkertijd blijkt uit metingen dat de zeespiegel verder stijgt, terwijl de bodem daalt. Er gaat meer, langer en heviger regen vallen en de temperatuur stijgt.

Dankzij het Deltaprogramma moet in 2015 de Nederlandse waterveiligheid en zoetwatervoorziening duurzaam en robuust zijn. Hiervoor zijn drie speerpunten vastgesteld:

  1. Er komen nieuwe normen voor waterveiligheid die zich ook richten op de gevolgen. Met andere woorden: de omvang van de gevolgen bepaalt de hoogte van de norm.
  2. De beschikbaarheid van zoetwater voor landbouw, industrie en natuur wordt beter voorspelbaar.
  3. De ruimtelijke inrichting wordt klimaatbestendiger en waterrobuuster.

Het uitgangspunt is adaptief deltamanagement: we doen wat nu nodig is en er liggen aanvullende maatregelen klaar voor de toekomst. Hiermee is Nederland op meerdere toekomstscenario’s voorbereid. De strategieën en maatregelen zijn zo gekozen dat we flexibel kunnen inspelen op nieuwe inzichten en (klimaat)gegevens. Adaptief deltamanagement moet een oplossing bieden voor nog onbekende en onzekere ontwikkelingen.