Kerstvloed (1717)

In de kerstnacht van 1717 brak een hevige noordwesterstorm los die het kustgebied van Nederland, Duitsland en Scandinavië teisterde. In dit gebied kwamen naar schatting 14.000 mensen om het leven. Het was de grootste vloed sinds bijna vier eeuwen en de laatste grote overstroming in Noord-Nederland.

Op het noordelijke platteland stond het water een paar meter hoog en in de stad Groningen kwam het water enkele voeten hoog. In de provincie Groningen werden dorpen die direct achter de zeedijk lagen bijna volledig weggevaagd.

In Groningen moest worden opgetreden tegen plunderaars, die onder het mom mensen te willen redden, huizen en boerderijen leeg roofden. In totaal maakte de overstroming in Groningen 2276 dodelijke slachtoffers. Er werden 1455 huizen vernield of ernstig beschadigd en hele veestapels werden vernietigd.

Het water stroomde ook Amsterdam en Haarlem binnen evenals in de gebieden rond Dokkum en Stavoren. In Friesland zouden ruim 150 mensen overlijden. Ook grote delen van Noord-Holland kwamen onder water te staan, maar ook gebieden bij Zwolle en Kampen. Hier ontstond bijna uitsluitend materiële schade. In Vlieland stroomde de zee over de duinen waardoor het al eerder beschadigde dorp West-Vlieland bijna geheel door de golven werd verzwolgen.