Sint Felix Vloed

In 1530 vond op 5 november, de dag van Sint Felix, een stormvloed plaats die later de St. Felixvloed genoemd is. Wederom werden grote delen van Zeeland overspoeld door het water. Het gebied ten oosten van Yerseke, dat toen Oost-Watering heette, werd volledig weggevaagd. In dat gebied waren toen 18 dorpen en de stad Reimerswaal gevestigd. De St. Felixvloed betekende het definitieve einde voor de stad Reimerswaal: doordat de stad iets hoger lag dan de rest van het gebied, bleef de stad als een klein eilandje achter. Het land er omheen kon echter niet gered worden, ondanks vele pogingen tot herbedijking. Het overstroomde gebied wordt nu ‘het verdronken land van Zuid-Beveland’ genoemd. Naast Oost-Watering werden Noord-Beveland en Schouwen-Duiveland zeer zwaar getroffen door de St. Felixvloed. Noord-Beveland werd volledig overstroomd: alleen de toren van Kortgene was nog te zien. Het toenmalige eiland kon gelukkig wel gered worden, maar het veranderde in een schorrengebied. Noord-Beveland werd in de jaren na 1530 langzamerhand teruggewonnen: bijna 70 jaar na de ramp werd de eerste polder opnieuw bedijkt.

Het voormalige gebied Oost-Watering, dat door de St. Felixvloed werd overstroomd, vormt tegenwoordig een ideale ondergrond voor de schelpdierculturen in Zeeland. Mosselen kunnen op de harde veenlagen, waaruit de bodem bestaat, hun zand en slib gemakkelijk kwijtraken. Het is daarom een uitstekend gebied voor het verwateren (zandvrij maken) van mosselen.