Bij elke tree een bijbeltekst


"Samen met mijn ouders, zusje en broertje woonde ik destijds in de Slagveldstraat te Kruiningen. Ikzelf was grieperig en kwam dus niet buiten de deur. `s Avonds lag ik vroeg in bed en ik hoorde de wind bulderen. De dakpannen lagen te klapperen op het dak. Wij woonden vlakbij Jaap Sinke die een boerderij met koeien had. Deze dieren waren erg onrustig, mogelijk hadden ze een voorgevoel van wat komen ging.

In die nacht werd ik om ongeveer 4 uur wakker. Ik riep mijn vader of hij wat water wilde halen; ik had dorst en was koortsig. Toen hij onderaan de trap was schrok hij, want hij stond met zijn voeten in het water. Hij deed de buitendeur open en de mensen riepen: `De dijk is doorgebroken`. Wij moesten ons gauw aankleden en mijn broertje die 1 jaar was werd in een deken gerold. Het water steeg erg snel. Mijn vader probeerde nog de pan soep die op de kachel in de kamer stond te halen, maar dat was al niet meer mogelijk.

We gingen het huis uit naar een hoger gelegen huis. Ik liep tot mijn schouders in het water. Mijn moeder droeg mijn broertje en mijn vader mijn zusje. Een buurman zei tegen mijn moeder: `Gooi die deken weg, daar heb je alleen maar last van`.  Hij rukte de deken uit mijn moeders handen en mijn broertje dreef in de deken op het water. Mijn moeder gilde `Henk ligt in die deken`. Gelukkig wist diezelfde buurman nog net de punt van de deken te grijpen anders was ik mijn broertje kwijt geweest. Onderweg zagen we nog mensen die op de trap van hun huis stonden en niet het water in durfden te lopen.

Eenmaal in dat hoger gelegen huis moesten we naar de zolder. Wij waren niet de enigen die daarheen gevlucht waren. Als ik me goed herinner waren we met 26 mensen. Twee dagen en nachten hebben we daar gezeten. Ik weet nog goed dat als het water weer opkwam, de huisbaas bij iedere trede van de trap een tekst uit de bijbel voorlas. Niet zo vreemd, want die man was `s zondags onze zondagschoolmeester.

Ik weet nog van de eerste dag dat het eigenlijk geen dag werd, het bleef de hele dag donker. Na die twee dagen kwam er hulp. We werden met een roeiboot opgehaald en zover de boot kon varen, werden we naar het centrum van ons dorp gebracht. Daar werden we opgevangen in de Korenbeurs, een hotel-café-restaurant. Boven de Korenbeurs was een grote zaal en daar hebben we met ongeveer 500 mensen twee dagen vertoefd. De derde dag werden we geëvacueerd. Wij kwamen bij mijn opa en oma terecht in Wemeldinge. Korte tijd later zijn we verhuisd naar een pakhuis tussen Wemeldinge en Kattendijke. Daar hebben we gewoond tot de zomer van 1954, waarna we zijn teruggekeerd naar Kruiningen.

Als oudste van de kinderen in ons gezin mocht ik van Pro Juventute mee op reis naar pleegouders op de Veluwe. Ik geloof dat zes bussen, volgeladen met kinderen, richting de Veluwe reden. Veertien jaar later ging ik mijn pleegouders van die tijd op de Veluwe in Beekbergen weer eens opzoeken. Ook bezocht ik hun oudste dochter en gezin in Ugchelen. Zij bleken drie dochters te hebben. U raadt het waarschijnlijk al, want welgeteld zestien jaar na de ramp trouwde ik met de oudste dochter. Een huwelijk dat me, naast veel geluk, twee kinderen en twee kleinkinderen gaf."

A. Maas
Werkendam

©PZC 13-01-2003