De afsluitdijk

Inpoldering van de Zuiderzee


Zuiderzeewerken
In verband met de vele dijkdoorbraken en de verzilting van de landbouwgrond, bestond er onder andere bij Hendrik Stevin al rond de zeventiende eeuw het idee om de Zuiderzee af te sluiten. Het land zou dan ingepolderd kunnen worden, wat geld zou opleveren. Het idee van Stevin was echter in die tijd nog onuitvoerbaar: het water zou nooit uit de polders gepompt kunnen worden zonder stoomgemalen. In Nederland werd pas voor het eerst gebruik gemaakt van stoomgemalen bij de inpoldering van de Haarlemmermeer (1848 – 1852). De ideeën van de heer Stevin konden dus nog niet uitgevoerd worden.
Lely, Ir Cornelis (23 september 1854 - 22 september 1929)
Ir. Cornelis Lely
Rond 1880 laaide de discussie over de inpoldering van de Zuiderzee weer op. De projectontwikkelaars wisten dat zij de kosten van het project nooit alleen zouden kunnen financieren en hadden dus de steun van het Rijk nodig. Om een sterke eenheid te vormen, richtten zij in 1886 de Zuiderzeevereniging op en stelden zij Cornelis Lely aan als adviseur.
Lely werd in 1891 minister van waterstaat en rondde in datzelfde jaar zijn plan voor de inpoldering van de Zuiderzee af. Het plan werd echter niet uitgevoerd: men vroeg zich af of de winst van het project wel tegen de kosten zou opwegen.
In 1913 vond de Koningin dat het tijd was om het plan toch uit te voeren, maar in 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit, waardoor de plannen weer in de koelkast gezet werden. Tijdens de oorlog bleek hoe belangrijk het was dat Nederland zichzelf kon voorzien in graanproductie, zeker omdat de toevoerlijnen van de Nederlandse havens gemakkelijk doorgesneden konden worden in tijden van oorlog. Toen Nederland bovendien in 1916 getroffen werd door een grote stormvloed (de Zuiderzeevloed), was het duidelijk dat de inpoldering van de Zuiderzee voordelen had, en kreeg het plan van Cornelis Lely vernieuwde aandacht.
Opspuiten van een zandlichaam bij Flevoland-oost
Zandlichaam
Het plan van Cornelis Lely was om een dijk van Noord-Holland, via het bestaande eiland Wieringen, naar Friesland aan te leggen (de Afsluitdijk). Hierna zou het afgesloten meer ( het IJsselmeer) kunnen worden ingepolderd. De tweede fase van Lely's plan hield in dat er een dijk zou komen van Den Helder naar Terschelling, en vervolgens naar Ameland, Schiermonnikoog en Rottum, zodat een groot deel van de Waddenzee ingedijkt zou worden. In 1918 werd het wetsontwerp voor de inpoldering van de Zuiderzee door de Tweede Kamer aangenomen, en in 1920 werd gestart met de uitvoering van het project.