De Drie Delen Dam

Schema van de afsluiting van de stroomgeulen
Stroomgeulen schema
Het traject van de dam kan opgedeeld worden in drie compleet verschillende stukken. Van noord naar zuid: (1) een breed en ondiep stuk, (2) een stuk op 0 NAP, de Plaat van Oude Tonge en (3) een smal en diep stuk. Voor elk deel had men een eigen techniek in gedachten. De Plaat van Oude Tonge zou eerst worden verhoogd door er zand van de zeebodem op te spuiten. Daarna zou het smalle, diepe zuidelijke deel afgesloten worden door middel van caissons. Tenslotte zou het brede, ondiepe noordelijke deel met behulp van een kabelbaan en vallende rotsblokken worden gedicht. Om het geheel af te ronden, zouden een brug en een schutsluis worden aangelegd.

De ophoging van de Plaat van Oude Tonge

Klem met betonblokken
Klem met betonblokken
In 1957, 4 jaar na de watersnoodramp, begon men met het opspuiten van de Plaat van Oude Tonge, een grote zandbank werd verhoogd zodat het als uitgangspunt van de Grevelingdam kon dienen. Lange buizen die aan zandzuigers in de Noordzee waren gemonteerd, transporteerden het zand naar de Plaat. De opgehoogde zandplaat verdeelde de Grevelingen nog duidelijker in twee stromen.

De dichting van het noordelijke stuk

Het volspuiten van de caissons met zand
Volspuiten caissons
Aan de kant van Schouwen-Duiveland was de geul slechts 600 meter breed, maar wel twintig meter diep. De stroming was veel sterker dan aan de noordzijde, waar het sluitgat meer dan een kilometer bedroeg. Terwijl de Plaat van Oude Tonge werd opgehoogd, werd de zuidelijke geul (bij Schouwen-Duiveland) ook gevuld met zand, zodat de maximale diepte nog slechts vijf meter bedroeg. De op maat gemaakte caissons werden daarna een voor een in de geul geplaatst. 

De dichting van het zuidelijke stuk

Lossen van stenen uit een 10-tons net hangend onder een cabine. Rechts is een mast in beeld.
Stenen storten
Nadat de 600 meter van Schouwen-Duiveland naar de Plaat van Oude Tonge was overbrugd, restte nog een gat van 1 kilometer. In plaats van caissons gebruikte men voor deze klus een nieuwe methode. Een kabelbaan werd gebruikt om grote rotsblokken te storten. Aan de kabelbaan hingen gondels, waaronder silo’s en netten waren aangebracht. De netten werden volgeladen met zand, cement, stortsteen en rotsblokken. Deze werden over een aantal trajecten in het water afgegooid. Op sommige plaatsen was het sluitgat namelijk zo breed, dat caissons niet gebruikt konden worden.