Markiezaatskade (1980-1983)

Overzicht van gereedzijnde Markiezaatskade
Markiezaatskade
De Markiezaatskade is een vier kilometer lange hulpdam die het het Markiezaat van Bergen op Zoom omkadert. De dam loopt tussen Zuid-Beveland (ten oosten van de Kreekraksluizen) naar de Molenplaat voor Bergen op Zoom. Als een van de compartimenteringswerken had het twee functies. Ten eerste moest het de sluiting van de Oesterdam vergemakkelijken en ten tweede moest voorkomen worden dat er te hoge stroomsnelheden op de Schelde-Rijnverbinding zouden onstaan. Op 2 januari 1981 begon men met de bouw en op 20 maart 1983 werd de dam voltooid. Als van men noord naar zuid over de dam rijdt, zou men het volgende aantreffen: een laag damvak van 1900 m lang, een stenen sluitkade van 800 m, een laag damvak van 400 m, een 1100 m lang hoog damvak ten westen van de Molenplaat en tenslotte een verbindingsdam met de zuidkant van de Molenplaat. De Markiezaatskade had wellicht eerder af kunnen zijn, als het westelijke deel niet in de nacht van 10 op 11 maart 1982 door een zware storm was beschadigd.

Het Markiezaatsmeer

Kreekraksluizen in Schelde-Rijnverbinding en het Markiezaatsmeer
Kreekraksluizen
Achter de kade ontstond het Markiezaatsmeer. In 1530 zorgde de Sint-Elizabethsvloed ervoor dat dit gebied de naam ‘Verdronken land van het Markiezaat van Bergen op Zoom’ kreeg. Lange tijd was het een getijdengebied waar het water van de Noordzee en de Schelde elkaar ontmoetten. Sinds in 1868 het Kreekrak werd afgesloten, maakte het Markiezaat deel uit van de Oosterschelde. Door het aanleggen van de Oesterdam en een dijk ten oosten van de Schelde-Rijn verbinding ontstond een meer dat na enkele jaren zoet was geworden. Volgens het Wereld Natuur Fonds leent dit reservoir zich bij uitstek voor ontwikkeling tot een duurzaam natuurgebied. Het Markiezaat is na de Waddenzee en het IJsselmeer het grootste wetlandgebied van Nederland. Jaarlijks strijken er honderdduizenden trekvolgens neer.

Waterkwaliteit

Schepen in de Kreekraksluizen
Kreekraksluizen
Het is van groot belang dat het zoete water in het meer van goede kwaliteit is. Ten eerste omdat veel watersporters het gebied bezoeken. Ten tweede omdat de zoetwaterbuffer die achter de dam ontstond een grote rol speelt in de watervoorziening van de omgeving. De voorraad kan in droge periodes worden aangesproken, terwijl het in natte periodes dient als opvangbassin voor overtollig oppervlaktewater uit het westelijke deel van Noord-Brabant. Het is echter niet makkelijk om het water ook daadwerkelijk zoet te houden. Op twee plaatsen kan zout water binnendringen: via de Kreekraksluizen en de Krammersluizen in de Philipsdam. Deze sluizen hebben een ingenieus systeem dat zout en zoet water van elkaar kan scheiden. Toch kan niet worden voorkomen dat er kleine hoeveelheden zout water in het Volkerak en het Zoommeer terecht komen. Om het zoute of vervuilde water weg te kunnen pompen zijn er bij Bath een spuikanaal en een spuisluis richting de Westerschelde aangelegd.