De Philipsdam

De redding

Philipsdam
Video: Philipsdam
Hoewel de Oosterscheldekering een open karakter heeft, kon niet voorkomen worden dat de monding van de Oosterschelde werd verkleind. Daardoor kon er minder zeewater de Oosterschelde in -en uitstromen. Het verschil tussen hoog -en laag water werd dus kleiner. Slikken en schorren dreigden ondanks de goede bedoelingen toch in gevaar te komen. Om dat te voorkomen werden in het oostelijk deel van de Oosterschelde twee dammen aangelegd: de Philipsdam en de link: Oesterdam. Ten eerste verkleinden zij het oppervlakte van de Oosterschelde en bevorderden daarmee de getijdewerking in het overgebleven gebied. Behalve voor de schorren en slikken betekende deze dammen ook de redding voor de oesterteelt in Yerseke. Oesterkwekers zijn voor hun oogst in grote mate afhankelijk van de getijdebeweging. Ten tweede ontstond er achter de dammen een getijdevrij water dat onderdeel uitmaakte van de Schelde-Rijnverbinding. Ten derde beschermden de twee dammen samen met de Oosterscheldekering ook het achterliggende gebied tegen hoge waterstanden. Tot de zogenaamde compartimenteringswerken hoorden ook de Markiezaatkade, het Bathse Spuikanaal en de Bathse Spuisluis.

De dam

Het sluiten van de Philipsdam gezien vanuit de lucht
Philipsdam
De Philipsdam kan in twee delen worden opgesplitst. Het noordelijke deel loopt van het sluizencomplex op de Plaat van Vliet (die in het Volkerak ligt) naar de aansluiting op de Grevelingendam. Het zuidelijke deel loopt vanaf het sluizencomplex richting Sint-Philipsland. De dam is zo ver mogelijk achterin de Oosterschelde geplaatst, omdat de schorren van St. Philipsland anders achter de dam terecht zouden komen. Het zoete, stilstaande water zou het einde van de schorren betekenen. De bouw van de Philipsdam werd vergemakkelijkt door de Oosterscheldekering tijdelijk te sluiten. Die methode was ook bij de Oesterdam toegepast.

Luchtfoto van het werkeiland bij de Philipsdam
Werkeiland
In de jaren 1977 en 1978 werd op de Plaat van Vliet een werkeiland van 96 ha (0,96 km2) gemaakt. De bouwput die hier werd gevestigd was 19 ha groot. Om de bouwput te kunnen maken werd 100 ha afgegraven en 130 ha aangevuld. In totaal werd ongeveer 370.000 m2 beton gestort, met daarin 27.000 ton bewapeningsstaal. De sluizen waren medio 1984, terwijl het dichte deel van dam pas in 1987 klaar zou zijn. In de tussentijd werd op het traject tussen Sint-Philipsland en de Grevelingendam een grote hoeveelheid zand opgespoten.