De Rotterdamse haven
Het grote voordeel van de Rotterdamse haven is dat het centraal in Europa ligt. De haven ligt direct aan de drukbevaren Noordzee. Duitsland en andere Europese landen zijn via de Rijn bereikbaar. In een haven van het formaat van die van Rotterdam, gebeurt alles in het groot. Per jaar leggen er zo’n 30.000 schepen aan, die in totaal zo’n 280 miljoen ton goederen vervoeren. Producten die veel per schip vervoerd worden, zijn: chemische producten, fruit, graan, kolen, erts, olie, veevoer en kunstmest.6 containers per minuut
Elke dag worden enorme hoeveelheden van deze stoffen de haven in- en uitgevaren. Elke minuut komen er 6 containers met 600 ton goederen de haven binnen. Het verwerken van deze goederen kost zoveel werk dat er een heel leger mensen nodig is om alles in goede banen te leiden. Er zijn ongeveer 70.000 mensen werkzaam in de Rotterdamse haven. Zo’n 10 procent van het Nederlands bruto nationaal product wordt in die haven verdiend. Zonder de Rotterdamse haven zou over het algemeen men in Nederland dus 10 procent minder verdiend worden.
Natuur vs. Handel
Om de schepen aan te kunnen laten meren en de producten die aangevoerd worden op te kunnen slaan, is veel ruimte nodig. Aangezien Nederland één van de dichtstbevolkte landen ter wereld is, blijkt het vaak moeilijk om het economische belang van de haven te verenigen met bijvoorbeeld natuurbelangen. Aanvankelijk werd er ruimte gevonden in de viermonding voor de kust van Rozenburg. Sinds de komst van de haven is daar veel veranderd. In het boek ‘De Jacobsladder’ beschrijft de Nederlandse schrijver Maarten ’t Hart bijvoorbeeld hoe mooi Rozenburg was voordat de bulldozers de alles afgroeven. Boerderijen, hele dorpen en natuurgebieden (zoals ‘de Beer’) moesten voor de aanleg en uitbreiding van de haven wijken. Het voordeel voor de haven was dat er in de Europoort, zoals het havengebied heet, heel diepe havens gegraven konden worden. Daardoor konden ook de allergrootste olietankers de Rotterdamse havens aandoen.
Maasvlakte
De haven groeide echter zo snel, dat er structureel te weinig ruimte beschikbaar was. In de jaren zestig van de twintigste eeuw werd besloten om de haven naar het westen uit te breiden: richting zee. 420 miljoen kubieke meter zand was nodig om de ‘Maasvlakte’ boven het zeeniveau op te spuiten. Onlangs is een tweede Maasvlakte aangelegd, die nog verder richting zee ligt. De Nederlandse kustlijn wordt daardoor tegenwoordig bij Rotterdam onderbroken door een ‘bobbel’ van de uitstekende Maasvlaktes.





