Westerscheldetunnel

Westerscheldetunnel die Zuid-Beveland met Zeeuws Vlaanderen verbindt.
Video: Westerscheldetunnel
De Westerscheldetunnel is een geboorde tunnel van 6,6 kilometer lang tussen Ellewoutsdijk en Terneuzen. De bouw van de tunnel was technisch gezien een uniek project. De meeste tunnels in Europa worden gebouwd in harde, rotsachtige materie. Dat lijkt moeilijker dan de zachte Westerscheldebodem, maar is het niet. Het was de eerste keer in de geschiedenis van West-Europa dat zo’n lange en diepe tunnel werd geboord door zand en klei. Het diepste punt van de tunnel ligt 60 meter onder de zeespiegel. Vergeleken met een brug of een afgezonken tunnel heeft een geboorde tunnel legio voordelen: schepen kunnen ongehinderd passeren, ankers van de tunnel kunnen niet losraken en bovendien: het is goedkoper.

Eindelijk een tunnel


Westerscheldetunnel
Net als de Zeelandbrug, is de Westerscheldetunnel (2003) geen onderdeel van de Deltawerken. Wel kan de tunnel beschouwd worden als een indirect gevolg ervan. Het was namelijk niet mogelijk om de Westerschelde af te sluiten, omdat de bereikbaarheid van de Antwerpse haven dan in gevaar zou komen. Een gevolg hiervan was dat de verbinding tussen Zeeuwsch-Vlaanderen en Walcheren of Zuid-Beveland niet bijzonder goed was. De Deltawerken hadden behalve voor bescherming namelijk ook gezorgd voor verbinding. Betere verbindingen betekenden een impuls voor onder andere het toerisme en de economie. Die impuls ontbrak tot het jaar 2003 in de gebieden rond de Westerschelde. Tot die tijd moest men het doen met twee veerdiensten: een tussen Vlissingen en Breskens en een tussen Kruiningen en Perkpolder. Bij slecht weer waren deze veren echter snel uit de vaart. Iemand die van Middelburg naar Oostburg wilde, moest dan wachten of omrijden via Noord-Brabant.