De aardkorst

De aardkorst bestaat uit een steenlaag die zich onder de werelddelen en oceanen bevindt. Weer daaronder zit de aardmantel: een ondoordringbare schaal die de buitenkern van de aarde omringt en wel 2900 km diep kan zijn. Over het algemeen geldt dat hoe dichter je bij de kern van de aarde komt, hoe hoger de temperatuur wordt. Toch smelten niet alle gesteenten, omdat de druk er enorme hoog is. De druk is er zo hoog dat onder een diepte van 1000 km het gesteente van de aardmantel harder dan staal is. Op de grens van de aardmantel en de aardkern zijn de gesteentes zelfs 4 keer zo sterk als staal.

De grond waarop we lopen is onderdeel van een 30 tot 50 kilometer dikke aardkorst. Deze korst bestaat voornamelijk uit gesteenten die veel weg hebben van graniet of granodioriet. In Nederland zijn soms granieten zwerfstenen te vinden die door het ijs uit de ijstijden vanuit Zuid-Finland naar Nederland zijn vervoerd. Deze gesteenten zijn rijk aan de elementen silicium en aluminiumen worden daarom ook wel ‘sial’ genoemd. Onder deze laag bevindt zich over het algemeen basalt en gabbro. Karakteristiek voor basalt zijn de ongeveer verticale zuilen, die ontstaan bij de stolling en afkoeling van lava. In bijvoorbeeld de Fingalsgrot op het eiland Staffa van de Binnen-Hebriden, de Giant’s Cauway in Ierland en de Devils Tower in Wyoming zijn zulke zuilenformaties te vinden. Omdat deze laag rijk is aan silicium en magnesium wordt deze laag ook wel ‘sima’ laag genoemd. Onder gebergten kan de aardkorst soms wel 60 kilometer dik zijn. Onder de oceaan is de aardkorst dunner dan onder het vasteland. Op de bodem van de oceaan bevindt zich een laag met sedimenten (afzettingen) van ongeveer een kilometer dik. Daaronder is een basaltlaag van zo’n 5 kilometer te vinden. Alleen onder vulkanische eilanden, zoals Hawaii, is de aardkorst dikker dan normaal.

De samenstelling

Een viertal elementen bepalen voor bijna 90 procent de massa van de aardkorst. Deze elementen zijn zuurstof, silicium, aluminium en ijzer. Alle andere elementen vormden de overige ruim 10 procent en zijn daarom slechts in beperkte mate aanwezig. Wel zijn op bepaalde plaatsten concentraties van bepaalde elementen te vinden. De kennis van de aardkorst is vrij beperkt: er zijn slechts nauwkeurige berekeningen over de eerste 16 kilometer van de aardkorst.

De structuur

Om erachter te komen hoe de aardkorst precies in elkaar zit, laat men op grote diepten zware explosieven ontploffen. Die ontploffingen doen de gesteenten in de aardkorst trillen. Speciale seismografische apparaat kan deze trillingen opvangen. Aan de hand hoe de ontvangen trillingen eruit zien, kan men afleiden hoe de aardkorst gestructureerd is.

Ook door boringen naar aardolie komt men meer over de structuur van de aardkorst te weten. Tegenwoordig kan bij een boring een diepte van zo’n 1,5 kilometer bereikt worden. Een record werd bereikt door de Russen. In 1970 begonnen zij met het boren van een tunnel die uiteindelijk 15 kilometer zou moeten worden. Vijfentwintig jaar later werd een diepte van 12,6 kilometer bereikt. Een mens zou er nooit kunnen overleven, omdat de temperatuur er 230 graden Celsius was. Bij elke 100 meter die je dieper in de aarde boort, neemt de temperatuur met 3 graden toe. In de winter zou het in een put van een kilometer diepte dan toch een aangename 30 graden zijn.