De aardmantel 

De overgang tussen de aardkorst en de aardmantel wordt de ‘discontinuïteit van Mohorovicic’ genoemd. De gesteenten die onder deze laag worden gevonden bevatten net als basalt magnesium, maar zijn over het algemeen zwaarder en bevatten ook ijzer. De aardkorst en de eerste 100 kilometer van de aardmantel heten samen de ‘lithosfeer’. Over het algemeen geldt dat de verscheidenheid aan gesteenten steeds minder groot wordt hoe dieper je in de lithosfeer komt. De laag onder de lithosfeer is de ‘asthenosfeer’.  Deze bevindt zich onder het vasteland tussen de 100 en 500 kilometer diepte en is bevat minder harde gesteenten. Daardoor kunnen gesteenten in de asthenosfeer relatief makkelijker bewegen dan in de lithosfeer.