De bouw

De drempel

Phoenixcaissons worden door schepen op de juiste plaats gebracht
Phoenixcaissons
Het sluitgat van het Veerse Gat was 320 meter breed. De drempel, waarop de caissons moesten rusten, lag op - 11 m NAP en was honderd meter breed. Deze drempel was opgebouwd volgens de zogenaamde filterconstructie. Deze vorm van bodembescherming (bed protection) gaat erosie door bijvoorbeeld waterstroming en schroefstralen van scheepsschroen tegen. Een andere, compactere oplossing om erosie tegen te gaan is het plaatsen van een zinkstuk. Dat is vaak een constructie van rijshout die tot zinken wordt gebracht door het te verzwaren met stenen.
Bij Veere wordt de laatste caisson op zijn plaats gebracht door vijf sleepboten, vanaf de Piet Hein gadegeslagen door koningin Juliana, prof. Jansen en ir. A.G. Maris.
Video: Afsluiting Veerse Gat
Door het arbeidsintensieve karakter van de rijswerken (afkomstig van grienden) wordt tegenwoordig vaak geotextiel gebruikt. Geotextiel is een polyestervezel, net als veel bovenkleding, zeilen, gordijnen en slaapzakvullingen. De vezels hebben een hoge slijtweerstand, zijn erg elastisch en goed bestand tegen zuren.

De filterconstructie die voor de drempel van de Veerse Gatdam werd gebruikt bestond uit meerdere lagen stenen van verschillen korrelgroote. De korreldiameter van de
3D animatie van een Phoenix Caisson.
Video: Phoenix Caisson
bovenste laag wordt bepaald uit de eisen van voldoende stroom-bestendigheid. De korrelgrootten van de lagen tussen de toplaag en de bodem hangen af van de stabiliteit en de doorlatendheid. Een vaak gebruikte vuistregel bij de aanleg van een filterconstructie is: korreldiameter van de bovenlaag is ca. 5 maal zo groot als die in de bijbehorende onderlaag. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van de onderstaande indeling:

Soortsteen        Diameter
Klei- of lutum     <0,002mm
Silt                    0,002-0,063 mm
Zand                 0,063-2 mm
Grind                 2 - 63 mm
Steen                > 63 mm

De toplaag van de drempel van de Veerse Gatdam was van zulke grote steensoorten

3D animatie van situatie waarbij alle caissons zijn geplaatst
Video: Caissons op z'n plek
gemaakt dat zelfs bij de sterkste stroom (vlak voor het plaatsten van de laatste caisson) de drempel op zijn plaatst bleef liggen.

Nieuwe technieken

De caissons moesten aan een groot aantal kwaliteitseisen voldoen. Ten eerste moest de dam bijvoorbeeld sterk en stijf worden. Een ‘stijve’ dam houdt in dat de kans klein is dat de dam vervormd door de druk van het water. Een tweede kwaliteitseis was dat de caissons in eerste instantie water moesten kunnen doorlaten. Verder moesten de caissons tijdens het vervoer en de afzinking stabiel zijn. Tenslotte moesten de caissons een groot drijfvermogen hebben. Anders was het onmogelijk ze naar hun afzinkplaats te

De plaatsing van het eerste caisson. Schepen slepen het caisson naar de juiste plaats.
Plaatsing caisson
begeleiden. Om aan deze eisen te kunnen voldoen, paste men de standaardcaissons op een aantal manier aan. In de eerste plaats kregen de caissons hogere en sterkere zijwanden. In de tweede plaats werd op de plaats waar het water doorheen zou stromen alleen de wapening van het beton aangebracht. Het beton zelf werd dus weggelaten. Bovenop de caisson werd een bak gemaakt die vol met zand kon worden gestort om er zeker van te zijn dat de caisson na plaatsing zou blijven staan.

De plaatsing van de caissons

Zonder het gebruik van de nieuwe caissons was de bouw van de Veerse Gatdam een stuk moeilijker geweest. Doorlaatcaissons zijn een enorme holle bak die bestaan uit drijfschotten en oplaatbare schuiven.  Ze waren elk zo groot als een flatgebouw van zeven verdiepingen. De bouwput waarin ze gebouwd waren, werd later

Een uur na de afsluiting van het Veersegat
Sluiting Veersegat
onder water gezet. Omdat ze hol waren, konden de caissons relatief gemakkelijk naar de plek worden geloodst worden waar ze zouden worden geplaatst. De caissons werden afgezonken door ze met water te laten vollopen. Nadat de caissons op hun plaats stonden, werden de drijfschotten verwijderd. De schuiven werden vervolgens omhoog gelaten, waardoor het Noordzeewater ongehinderd kon doorstromen. Pas nadat alle caissons op hun plek stonden, werden alle schuiven tegelijk naar beneneden gelaten. Dit gebeurde op het moment dat eb overgaat in vloed. Dat moment kan vergeleken worden met een turner die aan de ringen heen en weer zwaait. Op het moment dat haar heenzwaai overgaat in de terugzwaai, hangt ze een moment stil. Dat is de ‘kentering’. Ten slotte werden de caissons volgestort met stenen. Om er zeker van te zijn dat de getijden de caissons niet zouden meesleuren, stortte men zand bovenop de caissons.
Opbouw van het zandlichaam
Zandlichaam
Over het zand en de stenen kwam uiteindelijk een laag afsfalt. Aan de kant van het Veerse Meer kwam een weg en aan de kant van de Noordzee een breed strand. In de negentiger jaren is het geheel opgespoten met zand en daarna is er helmgras aangeplant. De asfaltdam moest zo veel mogelijk op een duin gaan lijken.