De bouw

Stormvloedkering Oosterschelde, met het werkeiland Neeltje Jans
Stormvloedkering Oosterschelde
De stormvloedkering, totaal 3 km lang, zou komen te liggen over drie geulen: Hammen, Schaar van Roggeplaat en Roompot. Het zou bestaan uit 65 voorgefabriceerde betonnen pijlers, waartussen 62 stalen schuiven zouden worden geinstalleerd. Als de schuiven open zijn, wordt driekwart van de originele getijdewerking in stand gehouden. Dat zou genoeg zijn om het milieu in de Oosterschelde te bewaren. Sommige zandplaten (Roggeplaat en Geul) waren al opgehoogd, met het oog op de volledige sluiting van de Oosterschelde.

Water stroomt terug naar de Noordzee
Oosterscheldekering
De bouwputten van Neeltje Jans en Noordland vormden samen met de zandplaat Geul het dichte deel van de stormvloedkering. Neeltje-Jans werd het eiland van waaruit de operatie werd uitgevoerd. Het meerendeel van de voorgefabriceerde elementen werden daar gebouwd – de pijlers, kokers en funderingsmatten. Ook de stenen die later rond de pijlers gestort zouden worden, werden hier opgeslagen. Zo veel mogelijk onderdelen van de dam werden van te voren, op het vaste land gemaakt. Dat bevorderde de getijdewerking en de veiligheid van de werknemers.