De dam

Gondel 5 in actie bij de afsluiting van het noordelijke sluitgat
Gondel 5
Voor de sluiting van de Haringvliet werd dezelfde methode gebruikt als bij de Grevelingen. Gondels die over een kabelbaan heen en weer reden lieten grote blokken beton in het water vallen. Caissons kwamen er dus niet aan te pas. Het zuidelijke gat was het makkelijkst te dichten. Hiervoor was zelfs geen kabelbaan nodig. Zand dat ergens anders van de bodem was gehaald werd op het traject van de dam opgespoten tot er een dijk ontond. Vrachtwagens en bulldozers konden de dijk verder vormgeven. Door de invloed van wind en water ging het zuidelijke stuk van de Haringvlietdam steeds meer op een duin lijken. Tegenwoordig valt daarom moeilijk te zeggen waar de dam precies begint. Het overgebleven, noordelijke gat was een kilometer breed en een stuk moeilijker te dichten. Kabelbanen hebben in totaal meer dan 100.000 betonblokken van 2500 kilogram in deze opening laten vallen. De holten tussen de betonblokken werden in de loop van de tijd opgevuld met zand, zodat er onmogelijk nog water door de dam kon.

Bouw van de waterkering in het Haringvliet tussen Goeree-Overflakkee en Voorne-Putten. Met het spuisluizencomplex.
Video: Laatste fase waterkering Haringvliet
Tijdens de bouw van het noordelijke en zuidelijke stuk van de dam, stonden de sluizen open. De getijdebeweging moest namelijk zoveel in stand gehouden worden. Als de sluizen dicht waren geweest, dan had de stroming zo groot kunnen worden dat delen van dam weg waren gespoeld. Over het algemeen geldt namelijk: hoe kleiner het te sluiten gat, hoe groter de stroming. Nadat ook het noordelijke gedeelte afgesloten was, konden de sluizen dicht. De Haringvliet was vanaf dat moment een meer.