De missie van de Vliestroom

"Hr. Ms. ’Vliestroom’, M 837, mijnenveger, type BYMS, was in 1946 van Engeland overgenomen, maar deze was in Amerika gebouwd. Tientallen van deze schepen hebben deelgenomen aan vrij maken van mijnen van de Westerschelde en aanloop, in oktober en november 1944. Een bemanning van 26 man waaronder de commandant, oudste officier en jongste officier.

Ondergetekende, toen van beroep stuurman GHV, was daar als jongste officier KMR aan boord geplaatst. We lagen het weekeinde van 31 januari 1953 in Rotterdam, Waalhaven, bij de onderzeebootbunkerbasis. De storm van zaterdag op zondag was hevig. ’s Zondags kwamen er alarmerende berichten van overstromingen in het zuidwesten van ons land. Er was een ramp gebeurd! Via de radio werden alle militairen opgeroepen naar hun basis terug te komen. Maandagmorgen vroeg kregen we opdracht naar Zeeland te gaan, om waar nodig en mogelijk hulp te bieden. Vooral Schouwen-Duiveland was er erg aan toe.

Als eerste slachtoffer van de storm kwamen we het Finse ss Bore VI tegen, hoog op het strand van Westenschouwen. Hoe dichterbij Zierikzee, des te smeriger het water werd. Een bruin geelachtige kleur. Er dreef van alles rond; strobalen, huisraad en dode dieren. Zierikzee was niet binnen te komen. Het hele havenkanaal lag vol schepen en scheepjes, vooral van vissermannen. Dan maar verder naar de veerhaven van Zijpe. Langszij een grote stoomveerboot van de toenmalige RTM, die diensten onderhield tussen de eilanden. Direct contact met mensen van de hulpverlening.

Sloep

De sloep werd buitenboord gevierd en met veel mankracht over de dijk getrokken, waarna de oudste officier met enkele matrozen het watergebied inging om mensen te redden. Inmiddels kwamen steeds meer mensen bij de haven, bijeengebracht en gered door commandotroepen uit Roosendaal, die met hun GMC Trucks over de ondergelopen veerweg reden. Veel mensen waren er slecht aan toe. Nat, verkleumd, geen warme kleding aan, niet gegeten en gedronken. Oude mensen, moeders met baby’s, allemaal bij ons aan boord. In de verblijven was het tenminste warm en kon men zitten of liggen.

Iedereen deed zijn best om de ellende van deze mensen te verzachten. Koffie en thee gemaakt en rondgedeeld, sigaretten uitgedeeld, maar je moest er wel een vuurtje bij geven. De meeste mannen hadden niets bij zich. Brood, beschuit, voedingswaren kregen we van het schip naast ons, dat daar met Rode Kruisgoederen lag.

Steeds meer mensen kwamen aan boord. Zelfs commando’s, soms tot hun middel nat, vroegen om een hap eten en een slok water. Ferme jongens, stoere knapen! De kok ging aan het werk om een warme hap te maken. Stamppot, aardappelen, kool en gebakken spekjes. Tegen de avond hadden we ongeveer honderd mensen aan boord. Eten ging in ploegen, zoveel borden hadden we ook niet aan boord.

Tja, deze mensen moesten toch ergens heen en opgevangen worden. Na overleg met de Territoriaal Bevelhebber in Den Haag, werd besloten naar Dordrecht te varen. We hadden gevraagd of er een vliegtuig ’Light Flares’ af kon werpen boven het gebied Ouwerkerk-Oosterland-Bruinisse. Dat gebeurde ook en na een uurtje werd het hele gebied verlicht, zodat tijdelijk de redding kon worden voortgezet. Niemand van de bemanning ging naar kooi. Iedereen stelde zijn bed beschikbaar voor de evacués. Een paar baby’s werden op de vloer van de piepkleine doucheruimte gelegd, de moeders dichtbij, hangend of zittend op de bank in de Longroom.

We vertrokken in donker uit Zijpe. Het werd een uiterst inspannende reis. Door de Bocht van St. Jacob, Krammer, Volkerak. We stonden met z’n drieën permanent op de open brug. Veel walvuren waren gedoofd, en boeien waren verdreven. We hadden toen nog geen radar. Af en toe voelde je het schip door de modder schuiven. We kwamen toch in de Dordtse Kil, en rond vier uur dinsdag 3 februari 1953 meerden we af, aan de Handelskade in Dordrecht. We waren opgelucht. Alles was goed geregeld. Bussen en ambulances stonden klaar om de mensen op te vangen. Wie we aan boord hadden en waar ze naar toe gebracht zijn, is ons altijd onbekend gebleven.

De commandant besloot tot acht uur te rusten. Daarna weer volle kracht naar Zijpe. Bij het manoeuvreren in de haven raakte één van de schroeven een in het water liggend stuk balk of zoiets. De schroefbladen raakten verbogen of beschadigd, de schroef was niet meer te gebruiken. We waren uitgeteld! Na overleg werden we teruggestuurd naar Rotterdam, de scheepswerf Waalhaven, juist naast de onderzeebootbasis, vanwaar we vertrokken waren. Bij ’droogzetten’ is er iets misgegaan. Toen het schip op de dwarshelling getrokken werd, viel het plotseling om. Er was een gat in de generatorkamer geslagen. Het water stroomde naar binnen. Enfin, een verhaal apart. Het heeft zes weken geduurd voordat Hr. Ms. ’Vliestroom’ weer operationeel was."

K. van der Ent
Vlissingen

©PZC 10-01-2003