Natuur

Voordat de Haringvliet werd afgesloten, was het een groot natuurgebied. Alleen een voorbijvarend vissersschip kon de rust verstoren. Op de Scheelhoek, een klein eilandje in het Haringvliet, bevond zich jarenlang de grootste broedkolonie kluten van Europa. In totaal 1500 paren van deze vogels brachten hier jaar in jaar uit hun jongen groot. In het riet langs de oevers van de Haringvliet zaten ís winters tienduizenden wilde ganzen. Door de bouw van de Haringvlietdam werd de Haringvliet een meer. De grond die normaal bij vloed werd overstroomd viel droog en werd door boeren als landbouwgrond in gebruik genomen. Veel ganzen verloren daardoor hun leefgebied.

De getijdewisseling had geen invloed meer op de flora en fauna. Veel planten en dieren die afhankelijk waren van het zeewater gingen dood. Planten die normaal tijdens vloed 12 uur onder water kwamen te staan, verdroogden nu. Ook krabben en garnalen overleefden†de omslag van een zout naar een brak milieu niet. De dood van sommige soorten betekende echter de komst van nieuwe. In plaats van botten en spieringen leven er nu karpers, baarzen en vorns in het Haringvlietmeer. In de jaren na de sluiting werd het bestaande evenwicht in de natuur in ieder geval grondig op zín kop gezet. Er waren ook positieve berichten. Zo werd in 1996 het eiland Tiengemeten, dat in de Haringvliet ligt, opgekocht door de Vereniging Natuurmomenten.†