De rivier
Middeleeuwen
De Hollandse IJssel stroomt door de provincies Utrecht en Zuid-Holland in westwaartse richting naar de Noordzee. Tot het eind van de 13de eeuw was de Hollandse IJssel een brede arm van de Rijn, maar door de bouw van een dam werd de rivier tussen 1285 en 1291 van de Lek gescheiden. De rivier werd door de graaf Floris de Vijfde bij Klaphek, in de buurt van Utrecht, afgedamd. Waarschijnlijk is de rivier destijds afgedamd vanwege overstromingsgevaar in de omliggende gebieden. Door het dichtslibben van de Hollandse IJssel verloor deze echter zijn belang voor de scheepvaart.Onder de Franse bezetting
Toen de Franse legers van Napoleon ons land bezet hielden (van 1795 tot 1813) werkte een inspecteur van de waterstaat een verbeteringsplan uit voor de Hollandse IJssel. Zijn plan was om een dam te leggen op ongeveer dezelfde plaats waar momenteel de stormvloedkering staat, namelijk tussen Krimpen aan de IJssel en Capelle aan de IJsel. In zijn plan zou de IJsseldam drie sluizen bevatten: een voor de scheepvaart en twee voor de doorstroming. De stroomsluizen waren er voor nodig om de monding van de Nieuwe Maas niet te laten dichtslibben. De ideeën voor deze dam ontstonden in periode na de stormvloed van 15 januari 1808, bijna 150 jaar voor de watersnoodramp van 1953. Het technisch vernuft van de huidige stormvloedkering is echter moeilijk te vergelijken met de goedbedoelde plannen van toen.





