De sluizen

Overzichtsfoto van bouwput in het noordwestelijk gedeelte met daarbij zichtbaar de ringdijk
Bouwput
De twee functies van de dam zijn te terug te vinden in het ontwerp van de dam. De Haringvlietdam bestaat zowel uit een sluizengedeelte als een gesloten gedeelte. De sluizen werden gemaakt in een polder die midden in de Haringvliet was gemaakt. In een bouwput van 1400 meter lang, 600 meter breed en 10 meter diep, werd het water kunstmatig weggepompt. Omdat de slappe bodem het zou begeven onder het gewicht
Overzichtsfoto van de bouwput na inundatie (vullen met water)
Bouwput
van de sluizen, werden er eerst 22.000 betonnen palen de grond ingeheid. Sommige palen waren meer dan 20 meter lang.

Bovenop de palen, die soms wel meer dan twintig meter lang waren, werd een drie meter dikke betonlaag gestort. De eerste pijlers voor de dam waren vier jaar na de voltooiing van de bouwput af.

In een polder van 85 hectare, gelegen in het Haringvliet en met een baileybrug verbonden met Goeree, wordt gewerkt aan de uitwateringssluizen die het Haringvliet moeten afsluiten.
Video: Werkzaamheden in het Haringvliet
De pijlers werden naast elkaar over de lengte van de bouwput van 18 pijlers neergezet. Tussen die pijlers werden met een speciale kraan liggers geplaatst. Onder de liggers kwamen grote stalen armen, die de sluizen konden bewegen in geval van hoge waterstanden.

Op het vasteland werd ondertussen gewerkt aan de schuiven. Deze waren 56 meter lang en 6 meter hoog. De eerste schuif werd in 1963 geplaatst. In de loop van de tijd kregen de overige 33 schuiven hun plaats in de dam. In elk van de zeventien openingen

De plaatsing van de laatste schuif van de Haringvlietdam
Plaatsing schuif
kwamen twee schuiven te hangen: een aan de Noordzeekant en een aan de Haringvlietkant. Toen alle schuiven in 1966 geplaatst waren, liet men het waterpeil in de bouwput langzaam tot het normale pijl stijgen. Daarna werden de dijken helemaal weggehaald. De overgebleven sluitgaten aan de noord- en zuidkant moesten vervolgens opgevuld worden.