De vrouw van het stoomgemaal


,,Mijn verhaaltje valt in het niet bij wat er aan mateloos leed is gebeurd. In Goes, waar ik woonde, was het die zondagmorgen op de markt een drukte van belang. Vrachtwagens reden af en aan om mensen op te laden om de dijk bij Kattendijke te gaan versterken. Ik was ruim twaalf jaar en wilde graag mee, dus klauterde ik met mijn vader op de vrachtwagen van m`n oom. Zo reden we naar de opslagplaats van de zakkenhandelaar van Van de Vreede om van daaruit zoveel mogelijk jute zakken mee te nemen. En dan regelrecht via de Oudesingel over de Kattendijkse dijk naar Kattendijke. De kans op doorbraak was daar het grootst, bij het stoomgemaal.

In de kromming van de dijk, net voor dat je naar beneden het dorp inging, werd gestopt om de zakken met grond te vullen, de aanvoer van zand duurde natuurlijk te lang. Ik moest helpen zandzakken open houden en soms ook zelf vullen. Ondanks de kou en de harde wind gloeide ik van inspanning. `s Middags ging ik naar de dijk om paaltjes aan te geven die door anderen tussen de zandzakken werden geplaatst.

Halverwege de middag stonden er plasjes water tussen de zandzakken. Tussen het geraas van de wind hoorden we dat de dijk aan `t door sijpelen was. Op het moment dat we weg moesten van deze gevaarlijke plek voor het naderende springtij zag ik tot mijn verbazing achter het raam van het huisje van het stoomgemaal een oude vrouw in haar stoel zitten. Ze zat gewoon naar al die mensen te kijken alsof er niets aan de hand was.

Om half vijf zaten we thuis bij de radio vol spanning te luisteren: zou de dijk het houden? Mijn vader vertelde later dat de drempel van de sluisdeuren bij het Goese Sas gelijk is aan de drempel van de Maria Magdalenakerk in Goes. Voor Zuid-Beveland zouden de gevolgen niet te overzien geweest zijn.
We hadden ons werk goed gedaan, de dijk hield stand en de vrouw achter het raam wist dat `haar` dijk toch stevig genoeg was.

Han Harinck
Terneuzen

©PZC 31-12-02