Doorgebroken dijken is toch iets van vroeger...

door Ben Jansen

STAVENISSE - Het is dringen op de begraafplaats van Stavenisse. De stille tocht ter herdenking van de watersnoodramp in de gemeente Tholen trekt enkele honderden belangstellenden. Ze kunnen maar met moeite allemaal een plekje vinden rondom de graven van de 153 inwoners van Stavenisse die bij de overstroming zijn omgekomen. Burgemeester W. Nuis van Tholen legt een krans, er klinkt een trompetsignaal. Motsneeuw ruist één stille minuut lang op tientallen paraplu`s.

Terwijl de stoet de begraafplaats verlaat, spelen kinderen verstoppertje achter een lage heg bij de ingang. Boe, roepen ze naar de deelnemers aan de herdenking en ze hebben veel plezier. Slechts een enkeling werpt hen een korzelige blik toe. Ach, de Ramp is al weer vijftig jaar geleden. Dat mag zo zijn, maar zoals Nuis vaststelt tijdens de herdenkingsbijeenkomst in de hervormde kerk onder jong en oud bestaat veel behoefte om respect en eerbied te tonen aan de slachtoffers. Dat gebeurt in Stavenisse met muziek, gedichten van schoolkinderen en toespraken, lange toespraken. Er spreekt medeleven met slachtoffers en nabestaanden uit en bewondering voor redders, maar weinig emotie. Is het toch de afstand in de tijd of is het de zorgvuldigheid waarmee de herdenkingsbijeenkomst in de hervormde kerk van Stavenisse is voorbereid? In het relaas van J. Kempeneers over zijn belevenissen op Sint-Philipsland klinkt pas emotie door wanneer hij afwijkt van zijn tekst.

Stavenissenaar A. Smits vertolkt het ongeloof dat vijftig jaar geleden zijn dorpsgenoten beving, even voor hun huizen door het water werden weggespoeld: `Dijken doorbreken, dat gebeurde toch alleen vroeger`. Dat zelfde gevoel van veiligheid bestaat nu weer, zo blijkt uit de gedichten van de schoolkinderen: `Het zal wel niet meer gebeuren, want de dijken kunnen niet meer scheuren`. En: `We zitten nu veilig achter de dijken, de stormvloedkering zal niet bezwijken`.

Burgemeester Nuis dringt evenwel aan op waakzaamheid: `De eeuwen door heeft het water ons verrast en anno 2003 doet het dat nog steeds`. Nuis werpt ook de vraag op of inwoners van Zeeland, Zuid-Holland en West-Brabant die de Ramp van zeer nabij hebben meegemaakt, hun ervaringen anders zouden hebben verwerkt als ze gebruik hadden kunnen maken van de professionele nazorg die vandaag de dag beschikbaar is. Hij constateert dat de nabestaanden in twee groepen zijn in te delen: de categorie die er onder het motto `het leven gaat verder` liever niet meer aan worden herinnerd, en degenen die vinden dat de gevolgen van de Ramp niet moeten worden verdrongen.

Alle woorden die tijdens de herdenkingsbijeenkomst worden gesproken, staan in een boekje dat alle aanwezigen na afloop meekrijgen. Ook de namen van de 169 slachtoffers van de Ramp in de huidige gemeente Tholen zijn erin afgedrukt. In die lijst staan 77 namen van bewoners van de Kerkstraat in Stavenisse, van Johanna Martina Leenhouts (net één jaar geworden) tot Izaäk Hage, die een maand later de leeftijd van 82 zou hebben bereikt. Een straat met zijn bewoners nagenoeg geheel weggespoeld. Stavenisse zal nog wel lang blijven herdenken.

©PZC 03-02-2003