Duurzaam waterbeheer

Het laatste decennium is het begrip 'duurzaam waterbeheer' in opmars. Wat wordt hier zoal mee bedoeld en wat is hier de concrete uitwerking van?

Duurzaam waterbeheer is het winnen, gebruiken en retourneren van water aan en uit het milieu onder een aantal voorwaarden. Ten eerste mag de natuurlijke voorziening niet worden overschreden. Het gebruik van het water moet afgestemd worden op de kwaliteit van het water dat gewonnen wordt. De kwaliteit mag bij teruggave aan de natuur niet aangetast zijn. De omvang van het gebruik moet minimaal zijn en de duur maximaal. Tot slot moeten de natuurlijke omstandigheden zowel bij opname als afgifte worden gehandhaafd en zo mogelijk verbeterd.

Onttrekking en verbruik

Een van de doelstellingen van duurzaam waterbeheer is om het aan de natuur onttrokken water na gebruik weer terug te brengen in de natuur, liefst ook nog in een betere conditie. In de West-Europese landen wordt zestien procent van de beschikbare hoeveelheid zoet water aan de natuur onttrokken. Vijf procent daarvan wordt 'verbruikt'. Dit betekent dat na gebruik van het water vijf procent van het water verdwenen is. Dit kan veroorzaakt worden door bijvoorbeeld verdamping. Natuurlijk verdwijnt dit water niet definitief, het komt echter wel op een andere plaats terug in de natuur dan waar het onttrokken is. Omdat de percentages verbruik vooral in de drogere, Mediterrane landen erg hoog zijn (vooral door slechte irrigatiesystemen), verdrogen deze landen extra snel. 
Ook als het water wel netjes teruggebracht wordt in de natuur, kan dit gevolgen hebben voor het milieu. De onttrekking van water gebeurt meestal op een andere plaats dan waar het weer terug de natuur in wordt gebracht. Op die onttrekkingsplaatsen kan het milieu aangetast worden, bijvoorbeeld door het droogvallen van rivieren.

Opkomst duurzaam waterbeheer

Duurzaam waterbeheer is een voortvloeisel uit het groeiende besef dat natuurlijke bronnen niet onuitputtelijk zijn en de mens zuinig moet zijn op zijn omgeving. Vooral sinds de publicatie van het rapport Grenzen aan de Groei door de Club van Rome in 1972 staat het onderwerp milieu wereldwijd hoog op de politieke agenda. In de jaren '70 en '80 waren het vooral wereldwijde, grootschalige milieuproblemen die de aandacht vroegen. De drie belangrijkste daarvan op watergebied zijn: watertekorten, woestijnvorming en overstromingen. Om deze problemen op te lossen werden vaak internationale, onhaalbare projecten opgezet. In de afgelopen vijftien jaar wordt er meer gefocust op kleinschaliger projecten en nationaal beleid. Hiervan kunnen de effecten beter gemeten worden en de projecten zijn eenvoudiger te financieren. In Nederland worden jaarlijks tientallen projecten uitgevoerd om op kleine schaal duurzaam waterbeheer en waterverbruik mogelijk te maken.

Instrumenten van duurzaam waterbeheer

De overheid heeft diverse instrumenten om de waterhuishouding van Nederland te beïnvloeden. Een economisch instrument is beheersing van de vraag. Dit behelst initiatieven om burgers en bedrijven aan te zetten tot het rationeler en zuiniger gebruik van water, zodat de vraag naar water afneemt. Dit kan bijvoorbeeld door het plaatsen van watermeters en het uitschrijven van informatie- en educatieprogramma's. Ook kan de overheid prijsmechanismen gebruiken om de vraag te verlagen: bijvoorbeeld door het in rekening brengen van waterontrekking.
Het distributiesysteem en de techniek van wateronttrekking kan ook verbeterd worden, zodat er minder sprake is van lekkage. Dit lijkt wellicht een druppel op een gloeiende plaat, maar de lekkage in het waterdistributiesysteem is in veel Europese landen nog steeds erg hoog. Het varieert van 3,7 m3 per km hoofdleiding per dag in Duitsland (112 liter per huishouden per dag) tot maar liefst 8,4 m3 per km hoofdleiding per dag in Engeland (243 liter per huishouden per dag!).
Ook kan gestimuleerd worden om regenwater te hergebruiken voor doeleinden die minder schoon water vereisen, zoals irrigatie en schoonmaken. Deze techniek wordt veel toegepast bij duurzaam waterbeheer in nieuwbouwprojecten.

Het Nationaal Bestuursakkoord Water

Het Rijk, de provincies, gemeenten en waterschappen tekenden op 2 juli 2003 het Nationaal Bestuursakkoord Water. De noodzaak van dit nieuwe beleid ligt in veranderende klimatologische omstandigheden met steeds extremere periodes van droogte en neerslag. De schommeling in de rivierwaterstanden neemt toe en de zeespiegel stijgt. Om hier het hoofd aan te bieden is het nieuwe beleid ontwikkeld.
Het Nederlandse waterbeleid volgt daarmee de doelstellingen van duurzaam waterbeheer.

In tegenstelling tot vroeger wordt geprobeerd water niet per definitie weg te pompen naar rivieren of de zee, maar vast te houden op de plek waar het terecht komt (door bijvoorbeeld neerslag). Is vasthouden niet meer mogelijk, dan wordt het geborgen in gebieden die daarvoor zijn uitgekozen. Bij hoge waterstanden wordt de mogelijkheid gecreëerd om rivieren gecontroleerd buiten hun oevers te laten treden in daarvoor speciaal ingerichte gebieden. Ook wordt water opgeslagen om in tijden van droogte aan te kunnen vullen. In totaal gaan er de komende jaren zo'n 250 projecten van start die het water de komende jaren meer ruimte moeten geven.