Economie
Vroeger was het merendeel van de beroepsbevolking werkzaam in de landbouw. In de jaren ’60 en ’70 van de twintigste eeuw kwam daar verandering in. Steeds meer mensen vonden een baan in de nieuwe Vlissingse havens en industrie. Aan het begin van de twintigste eeuw werkte nog de helft van alle arbeiders in de landbouw. Zeventig jaar later werkte hetzelfde aantal in de nijverheid. Anno 2004 werken de meeste Zeeuwen in de dienstensector (zoals scholen, banken en zorginstellingen). Op 1 januari 2003 waren er 11.500 mensen werkloos. Met 7 procent van de beroepsbevolking ligt dat percentage twee procent onder het landelijk gemiddelde.
Onder andere door de aanleg van de Deltawerken en de Westerscheldetunnel is de mobiliteit in Zeeland toegenomen. Door de komst van de tunnel tussen Zuid-Beveland en Zeeuwsch-Vlaanderen is de reistijd van automobilisten gehalveerd. Door de Zeelandbrug en de brug over de Zandkreekdam (bij Kats) is de doorstroom van Goes naar Rotterdam verbeterd. Een van de gevolgen van de nieuwe verbindingen was dat het voor Zeeuwen makkelijker werd om in de aanliggende provincies te gaan werken. En natuurlijk werd het voor niet-Zeeuwen ook makkelijker om in Zeeland te gaan werken. Terwijl er dagelijks 20.000 Zeeuwen in Noord-Brabant of Zuid-Holland gaan werken, komen er slechts 8.000 werknemers van buiten de provincie in Zeeland werken. Veel jongeren trekken na hun middelbare schooltijd weg om elders te gaan studeren. Voor hoger onderwijs kan men alleen terecht aan de Hogeschool Zeeland en de onlangs opgerichte Roosevelt Academy. Omdat veel jongeren niet terugkeren naar Zeeland om een baan te zoeken, wonen er relatief gezien veel ouderen in Zeeland.







