Geologie van Nederland


Nederlandgrondsoorten
Nederland heeft er lang niet altijd zo uitgezien zoals het er nu uitziet. Wanneer ‘Nederland’ geologisch precies ontstond valt daarom moeilijk te zeggen. Als we het hebben over Nederland 100 miljoen jaar geleden, dan bedoelen we het stukje op de aardbol waar nu Nederland ligt. Er zijn periodes geweest dat dit stukje helemaal door zee was bedekt. In weer andere tijden lagen er dikke lagen zand, of klei. Al die lagen bij elkaar hebben bijgedragen aan hoe de bodem er nu uitziet. De geologische geschiedenis van Nederland valt uiteen in drie delen: het Paleozoicum, het Mesozoïcum en het Kenozoïcum. Hieronder kun je lezen wat er in die periodes met Nederland gebeurde. Tenslotte kun je meer lezen over Nederland gedurende de laatste 10.000 jaar.

Het Paleozoïcum

De oudste stenen die je in Nederland aan de oppervlakte kunt vinden, stammen uit het Carboon. Dit geologische tijdperk begon 355 miljoen jaar geleden en duurde tot ongeveer 290 miljoen jaar geleden. Stenen uit dit tijdperk kunnen gevonden worden in de Heimansgroeve in de buurt van Epen. In het noorden en westen van het land ligt deze steenlaag op meer dan 4 kilometer diepte. Deze steenlaag is soms voor een groot deel door erosie verdwenen. De volgende steenlaag is die uit het Perm (ongeveer 250 miljoen jaar oud) en bestaat bij Slochteren uit zandsteen. Slochteren staat bekend om haar aardgasreservoir, dat zich in dit gesteente op ongeveer 2800 meter bevindt. In het Perm werden in het noorden van het land grote hoeveelheden steenzout gevormd.

Mesozoïcum

In het tijdperk dat op het Perm volgt, het Trias, onstonden lagen die bestonden uit zandsteen en evaporiet, sedimenten die ontstaan door de verdamping (evaporatie) van water. Ook werd er kalk, dolomiet, schalies (verharde kleisedimenten), anhydriet (een zacht, parelmoerachtig calciumsulfaat) en gips gevormd. De schalies zijn echter op veel plaatsen door erosie verdwenen. Aan het einde van het Trias (zo’n 200 miljoen jaar geleden) startte een sedimentatieproces dat circa 20 miljoen jaar zou duren. In het Jura-tijdperk (200 - 160 miljoen jaar geleden) vormen zich gesteenten die aardolie kunnen bevatten. Deze processen zijn er de oorzaak van dat er zich in de bodem onder de Noordzee momenteel aardolie bevindt.

Later, in het Krijt-tijdperk, speelde de zee een belangrijke rol. De meteoriet die 65 miljoen jaar geleden op het Mexicaanse schiereiland Yucatan in sloeg, betekende onder andere de nekslag voor de dinosauriërs. Een ander gevolg van de meteorietinslag was een stijging van de gemiddelde zeetemperatuur met 10 graden Celsius toenam. In grote delen van Europa bedroeg de zeetemperatuur destijds een aangename 25 graden – heel wat warmer dan de Noordzee in de zomer.

Nederland werd tijdens het Krijt helemaal met water bedekt. De kalk die toen werd afgezet is door de mens gebruikt als bouwsteen, als cement, als brandstof en als meststof. Tijdens de laatste fase van het Krijt werden de oudere lagen flink opgeschud. In Noord-Nederland is de Krijtlaag plaatselijk wel 1,5 kilometer dik.

Het Kenozoïcum

De afzettingen uit het Mesozoïcum werden later weer overdekt  met andere lagen. Kleilagen die stammen uit het Oligoceen (40- 24 miljoen jaar geleden) worden in groeven gewonnen en gebruikt om stenen van te bakken. Tijdens het daarop volgende Mioceen (24-5 miljoen jaar geleden) ontstond in Zuidoostelijk Nederland kwarts en bruinkool. Het Plioceen vormde een overgang van het Mioceen naar het Pleistoceen, dat 1,8 miljoen jaar geleden begon. Uit die periode stammen klei- en zandafzettingen uit de omgeving van Oosterhout (Breda). In het Pleistoceen overheersten gesteenten die door de Rijn en de Maas waren meegevoerd. Door het oprukkende ijs werd de loop van deze rivieren verlegd.

De eerste keer dat het landijs Nederland bedekte was in het Elsterien, de tweede keer tijdens het Saalien. In het Saalien werd het Nederlandse landschap grondig vervormd: er ontstonden stuwwallen en grondmore (keileem) werd afgezet. Ook werden enorme zwerfstenen aangevoerd, die tussen 2700 en 2400 voor Christus gebruikt werden om hunebedden te bouwen. Na de tweede ijstijd volgde een periode waarin de zee zich terugtrok. Uit deze periode komen leem- en veenafzettingen. Tijdens het Weichselien, de ijstijd die hierop volgde maar Nederland niet bereikte, verplaatste de wind enorme hoeveelheden zand over het land. Nog weer later zetten rivieren rivierklei af en ontstonden er rivierduinen. Op sommige plekken, zoals langs de Maas en de Oude IJssel is deze rivierklei te vinden. In de Alblasserwaard bestaat de ondergrond gedeeltelijk uit deze oude rivierduinen. In Zuid-Limburg was het Weichselien verantwoordelijk voor het kenmerkende lössdek.

Holoceen


Nederlandstadia
De afgelopen 10.000 jaar is de geologische ontwikkeling van Nederland met name bepaald door de zeespiegelrijzing, die gemiddeld 65 cm per eeuw bedroeg. In de kustgebieden vond een constante strijd plaats tussen het land en de zee. Het gebied direct achter de kustlijn was volop in ontwikkeling. De zeespiegel rees, en rees en rees. 8000 jaar geleden had de zeespiegel een hoogte bereikt die 20 meter onder het huidige niveau ligt. Op de reeds aanwezige veenlagen werden verschillende soorten (‘oude’ en ‘jonge’) zeeklei afgezet ( Zie ook: Zeekleilandschap). Pas de afgelopen 3000 jaar werden de strandwallen gevormd. Ook de uitgestrekte veengebieden in Drenthe en Groningen stammen uit het Holoceen.