Herstel van het getroffen gebied

De watersnoodramp van 1953 zorgde uiteindelijk voor het besef dat er nu eindelijk echt wat aan de toestand van de dijken gedaan moest worden. Op 4 februari 1953 kondigde minister Drees in de Tweede Kamer dan ook aan dat het herstel van de dijken de hoogste prioriteit krijgt. Ook wordt een Deltacommissie in het leven geroepen, met als hoofd de directeur-generaal van Rijkswaterstaat, de heer Maris. In augustus 1953 geeft deze Deltacommissie al een advies voor het herstel van de dijken die het snelst gerepareerd moeten worden: de Schouwense dijk en een beweegbare stormvloedkering in de Hollandse IJssel.

Ondertussen zijn vrijwilligers en dijkwerkers hard aan het werk om de gaten in de dijken zo goed als het kan te dichten. Eerst moet de zee tegengehouden worden, daarna kunnen de dijken pas permanente worden gedicht. Binnen een week laten 30.000 vrijwilligers zich registreren om te helpen de dijken te herstellen. Rijkswaterstaat heeft de leiding over de herstelwerkzaamheden die gefinancierd zullen worden door het Rijk.

Moeizame start

Nylon zandzakken worden gebruikt om opening in dijk te sluiten
Sluiting met zandzakken
De herstelwerkzaamheden worden verdeeld over verschillende partijen. In Noord- Brabant zorgt de regionale directie van Rijkswaterstaat samen met de Dienst Dijkverhogingen voor het herstel, in Zuid-Holland wordt het grootste deel van de werken uitgevoerd door Provinciale waterstaat. In Zeeland wordt de Dienst Dijkherstel opgericht.

De verschillende meningen van de organisaties zorgen voor een wat moeizame start. De Dienst Dijkherstel wil bijvoorbeeld het liefst caissons gebruiken voor het dichten van de gaten in de dijken. Caissons zijn grote betonnen blokken die de stroom water snel kunnen blokkeren. Andere partijen hebben weer voorkeur voor het sluiten van de dijken door middel van klei en steen. Uiteindelijk wordt gekozen voor de bouw van zogenaamde eenheidscaissons: blokkendozen die in allerlei variaties inzetbaar zijn.

Lastige stroomgaten: Bath, Kruiningen, Schelphoek en Ouwerkerk

Zinkstuk gemaakt van wilgenbossen, waartussen stenen werden gestort waardoor deze afzonk.
Herstel Dijken
Begin april 1953 is het grootste gedeelte van het rampgebied al droog, maar bestaan er nog steeds enkele stroomgaten die moeilijk te repareren zijn, zoals die bij Bath, Kruiningen, Schelphoek en Ouwerkerk.
Het stroomgat bij Bath wordt op 23 april 1953 gedicht door middel van een scheepscasco, nadat een aanpak met zandopspuiting mislukte door de sterke stroming van het water.
Bij Kruiningen zijn er drie gaten te dichten: het westgat, het oostgat en het gat in de veerhaven. Na het dichtten van de binnendijken kan het westgat worden gedicht door middel van klei, stortsteen en 6 eenheidscaissons. Het oostgat is een moeilijkere klus en kan door de diepte van bijna 11 meter niet meteen op de oorspronkelijke plaats worden gedicht. Er wordt daarom een ringdijk op het land gelegd, waar 40 caissonelementen in verwerkt worden. Vervolgens wordt een 33 meter lang ponton van eenheidscaissons gebruikt en is het oostgat op 8 juli 1953 weer gesloten. Op 24 juli wordt het laatste gat, het gat in de veerhaven, gedicht en kan het spoorwegverkeer weer op gang worden gebracht.
Op 18 augustus 1953 wordt het grootste stroomgat van het rampgebied, bij Schelphoek, gedicht. Door dit gat stroomt bij eb en vloed 125 miljoen m3 water, waardoor achter het gat acht geulen ontstaan. De geulen worden gesloten door middel van verschillende soorten caissons, en er wordt een nieuwe dijk geplaatst.
Het dichten van de gaten bij Ouwerkerk is een ingewikkelde klus. Een zomerstorm bemoeilijkt de klus en even lijkt het dat Ouwerkerk verloren is aan de zee. De stroomsnelheden bij Ouwerkerk waren hoog, en de zware caissons waren daardoor moeilijk in de goede positie te manoeuvreren. Het is nog steeds te zien dat de caissons niet netjes recht liggen, maar op 24 november is dan toch de nieuwe dijk bij Ouwerkerk gereed.

Basis voor de Deltawet

Reddingsploegen lopen over tijdelijke nood-zandzakken dam.
Zandzakken dam
Het dichten van deze ingewikkelde stroomgaten geeft de dijkwerkers een gevoel van overwinning en eind 1953 kan het gebied officieel droog worden verklaard. Ook hebben ze veel geleerd van de herstelwerkzaamheden. Men leerde bijvoorbeeld dat caissons, voor ze allemaal op hun plaats liggen, zoveel mogelijk water moeten kunnen doorlaten. Op die manier ontstaat er geen te sterke stroming in het overgebleven gat en is het plaatsen van andere caissons makkelijker. Om te realiseren dat er zoveel mogelijk water door de caissons kan stromen, werden in nieuwe caissons schuiven aangebracht. Nadat de caissons geplaatst waren, konden deze schuiven worden gedicht.

De plannen voor grote herstelwerkzaamheden worden verder uitgebreid door de Deltacommissie. Op 16 maart 1954 komt zij met een uitgebreid advies, dat de basis zal leggen voor de Deltawet van 8 mei 1958.