Het aardoppervlak

Het oppervlak van de aarde kan verdeeld worden in land en water. Water beslaat 70,8 procent van het aardoppervlak en aarde de resterende 29,2 procent. Als je in een atlas kijkt, zul je zien dat de drie grote oceanen, de Grote Oceaan, de Atlantische Oceaan en de Indische Oceaan, de kaart domineren. De grote landmassa’s zijn voornamelijk op het noordelijk halfrond te vinden (Noord-Amerika, Europa, Azië). Op het zuidelijk halfrond lopen de werelddelen veelal spits toe (Zuid-Amerika, Afrika) in de richting van de Zuidpool.

Het aardoppervlak kan ook in verticale zin ingedeeld worden. Er wordt dan gekeken naar hoogteverschillen. De hoogste berg op aarde, de Mount Everest in de Himalaja, is 8850 meter hoog. Ter vergelijking: de hoogste berg van Europa, de Mont Blanc, is ‘maar’ 4807 meter hoog. Het allerdiepste dal, bevindt zich meer dan 11 kilometer onder zeeniveau in de Marianentrog in de buurt van de Filippijnen. Zulke extremen hoogten en diepten komen echter niet heel vaak voor. De gemiddelde hoogte van het vastenland ten opzichte van de zeespiegel is 875 meter. Daar ligt Nederland dus een flink stuk onder. Als het aanwezige water en land gelijkmatig over de wereld verdeeld zouden zijn, zou de hele wereld bedekt zijn met een zee van bijna 2,5 kilometer diepte.