Het vierde en laatste advies

Het vierde advies: het Drie-eilandenplan

Op 5 januari 1955 kwam het vierde advies van de Deltacommissie uit: de uitvoering van het Drie-eilandenplan. In het Drie-eilandenplan worden het Veerse Gat en de Zandkreek afgedamd, met een schutsluis in de Zandkreekdam. Op deze manier worden Noord -en Zuid-Beveland en Walcheren met elkaar verbonden en ontstaat het Veerse Meer. De commissie wil dit plan zo snel mogelijk uitgevoerd zien, omdat  hiermee ervaring kan worden opgedaan voor het plaatsen van de dammen in de zeearmen. Door het Drie-eilandenplan wordt de kustlijn verkort, zodat de invloed van de zee op minder plaatsen voor gevaar kan zorgen. In plaats van het verhogen van de dijken kan men door de afsluiting van het Veerse Gat en de zandkreek veel goedkoper een grotere veiligheid garanderen, omdat de afsluitdammen als zeewering zullen dienen, en de dijken erachter een tweede beveiliging tegen het water zullen zijn.

Het laatste advies: aanleiding tot de Deltawet

Op 18 oktober 1955 wordt het vijfde, en laatste, interim-advies gegeven. Hierin staat een uitgebreide beschrijving van het Deltaplan, een beschrijving van de voor- en nadelen, en een overzicht van de kosten. De Deltacommissie denkt dat het Deltaplan in 25 jaar uitgevoerd kan zijn, en dat de kosten ongeveer op 1,5 tot 2 miljard gulden ( ongeveer 680 tot 900 miljoen euro) uit zullen komen.
Het plan wordt omgezet naar een wetsvoorstel, en op 16 november 1955 gaat het wetsontwerp naar de Tweede Kamer. Meer dan twee jaar later wordt de wet pas aangenomen, en op 8 mei 1958 wordt de Deltawet door de Koningin ondertekend