Ik zag mijn vader huilen

"Wij woonden in Kortgene aan de Torendijk, aan de kant van de zeedijk, zodat het water na de dijkdoorbraak razendsnel aankwam. Mijn ouders sliepen beneden, ze werden wakker toen het water één meter hoog stond. Mijn twee zusjes sliepen ook beneden, vanwege roodvonk lagen ze in afzondering in de voorkamer. Mijn vader pakte de kinderen van twee en zes jaar en bracht ze boven.

Toen hij daarna nog een keer terugwilde, bruiste het water naar binnen door de inmiddels ingedrukte ramen. Het was een angstige nacht, het gezin van acht personen zat verdeeld over twee slaapkamertjes, er was geen eten, drinken, alleen wat gedroogde appeltjes. De wind loeide om het huis en de meubels bonkten tegen het plafond, het water steeg tot de hoogste tree van de trap.

Op zondagmiddag werden we gered en kwamen in Kamperland op een droog stukje van het eiland Noord-Beveland terecht. Hoewel we in een gezin ondergebracht werden, moesten we toch de volgende dag vertrekken naar Middelburg. Dit was vanwege de kinderen die roodvonk hadden, het was volgens de plaatselijke arts niet verantwoord om in een dorp stampvol evacuees te blijven. De kinderen zouden in het ziekenhuis onderzocht worden. Omdat we een oom en tante in Middelburg hadden, waar we wellicht ook onderdak konden krijgen, vertrok het hele gezin (op de oudste zoon Piet na; die was vijftien jaar en al twee dagen kwijt) naar het bootje bij Kamperland om de oversteek naar Veere te maken.

In Veere stond er een veewagen, waar we mee naar Middelburg konden rijden. Er waren bankjes aan de zijkant en het schudde en bonkte enorm. Gelukkig hoefden de kinderen niet in het ziekenhuis te blijven en we kwamen bij onze oom en tante op de Nieuwe Vlissingseweg aan. Het weerzien was aangrijpend, omdat zij niets van ons gehoord hadden. Mijn broer Piet kwam de andere dag gelukkig ook opdagen. Hij had geholpen met redden. Na een kleine week ging mijn vader in Kortgene kijken hoe het er was.

Toen het avond werd kwam hij terug en nooit zal ik het moment vergeten dat hij z`n armen naar m`n moeder uitstak en zei: ,,Het is oal modder.`` Hij stond te huilen om wat hij gezien had, hun mooie huis, met meubeltjes waar ze zuinig op waren, alle kleren van de zes kinderen, speelgoed, boeken, foto`s, alles zat onder een dikke laag modder. Hij wist toen nog niet dat er hulp zou komen en geld enzovoort. Ik stond erbij als meisje van bijna tien jaar en mijn wereld veranderde die dag, want ik wist voorheen niet dat vaders ook kunnen huilen."

Nel van de Plasse
Middelburg

© PZC 18-01-2003