Het klimaat

Het klimaat op een bepaalde plek in de wereld wordt als volgt gemeten: de gemiddelde toestand van het weer berekend over een langere periode, meestal is dit 30 jaar. Met andere woorden, het klimaat van een bepaald gebied is het weer dat je daar zou verwachten.

Over de hele wereld zijn veel verschillende klimaten. Het is echter lastig te bepalen waar het ene klimaat in het andere overgaat. De Duits-Oostenrijkse wetenschapper Wladimir Köppen heeft in 1918 een klimaatindeling gemaakt om hier meer duidelijkheid in te scheppen, de zogenaamde Köppen-Geigerpohlclassificatie. Nog altijd worden klimaten op zijn manier ingedeeld.

Er zijn volgens Köppen vijf hoofdcategorieën:
A.  Het tropisch regenklimaat
B.  Het droog klimaat
C.  Het zeeklimaat
D.  Het landklimaat
E.  Het koud klimaat


Die heeft Köppen weer onderverdeeld in allerlei subklimaten, die hij aanduid door een bepaalde eigenschap van dat klimaat achter de hoofdletter te plaatsen:

Achter A, C en D:
f=  een droge periode 
s=  in de zomer droog 
w=  in de winter droog
Achter B: 
W=  woestijn 
S=  steppe
Achter E: 
F=  eeuwige sneeuw 
H=  gelijk aan F, maar dan in het hooggebergte 
T=  toendra

Dit levert de volgende klimaten op:

  • Af: Tropisch regenklimaat Hele jaar regen
  • As/Aw: Tropisch regenklimaat Zomer of winter droog
  • BW: Woestijnklimaat Heel droog
  • BS: Steppeklimaat Soms regen
  • Cs: Middellandse-zeeklimaat Zomer droog
  • Cw: Chinaklimaat Winter droog
  • Cf: Gematigd zeeklimaat Hele jaar neerslag
  • Df: Landklimaat Hele jaar neerslag
  • Dw: Landklimaat Winter droog
  • EF/EH: Sneeuwklimaat Eeuwige sneeuw
  • ET: Toendraklimaat Minder koud