Klimaatverandering

Een klimaat blijft niet altijd hetzelfde. Over een periode van één mensenleven zijn die verschillen nauwelijks merkbaar, maar als je veel verder terug gaat in de tijd, naar bijvoorbeeld de Middeleeuwen (toen het in Nederland gemiddeld veel warmer was dan nu) of zelfs naar de IJstijd (10.000 jaar geleden, toen heel Nederland bedekt was met een dikke laag ijs en sneeuw), dan kunnen die verschillen enorm groot worden.

Er zijn allerlei factoren die invloed hebben op het klimaat. Die factoren kun je in drie groepen indelen. Ten eerste zijn er de ‘interne’ factoren: de veranderingen die voorvloeien uit de manier waarop het klimaatsysteem werkt. Ten tweede zijn er de natuurlijke factoren: de veranderingen die voortvloeien uit natuurlijke processen. Ten derde zijn er de menselijke factoren: veranderingen die voortvloeien uit de daden van mensen.

Interne factoren

Uit onderzoek is gebleken dat het klimaat de afgelopen 400.000 jaar afwisselend periodes van kou en warmte kende. Het is dus niet gek om  te denken dat die afwisselende periodes door blijven gaan, en het dus in de toekomst gemiddeld warmer of kouder zal worden. Daar kan dan niemand wat aan doen, het is een gevolg van het klimaatsysteem.

Natuurlijke factoren

Vulkaanuitbarstingen kunnen zoveel as in de atmosfeer brengen, dat de temperatuur wereldwijd over een periode van meerdere jaren ligt stijgt. Nog grotere natuurrampen, zoals het inslaan van een grote meteoriet, kunnen het klimaat in één klap drastisch veranderen.
Op langere termijnen kan de stand van de aarde ten opzichte van de zon invloed hebben op het klimaat. Op nog langere termijn (honderden miljoenen jaren) zal de zon ook steeds heter worden.

Menselijke factoren

Opwekken van groene energie op het eiland Neeltje Jans
Windturbine
Uitlaatgassen van auto’s en fabrieksschoorstenen pompen een hoop koolstofdioxide de lucht in. Koolstofdioxide zorgt er in de atmosfeer voor dat de warmte beter wordt vastgehouden. Ook het kappen van regenwouden heeft invloed op hoe goed de aarde koolstofdioxide kan vasthouden. Zo heeft de mens ook invloed op het klimaat.

Ijstijden

De afgelopen 100.000 jaar waren er een aantal ijstijden. Het is zeker dat deze ijstijden veroorzaakt werden door natuurlijke en interne factoren. De laatste duizend jaar zijn er twee periodes geweest waarin de temperatuur gemiddeld warmer (in de Middeleeuwen) en kouder was (de ‘kleine ijstijd’ rond 1700). De oorzaken van de kleine ijstijd worden geweten aan natuurlijke factoren, zoals een toename in activiteit van vulkanen en een kleine dip in de zonnekracht. Waarom het tijdens de Middeleeuwen gemiddeld een paar graden warmer was hebben wetenschappers nog geen idee.