Kustbescherming

Groeiend gevaar

Kracht van de golven
Golven
Het is te verwachten dat de zeespiegel in 2100 minimaal met 20 cm gestegen is. Dat betekent dat het Noordzeewater minimaal 20 cm hoger tegen de duinen en dijken staat. Er zijn zelfs prognoses die aangeven dat het water zelfs meer dan een meter hoger zal komen te staan. Dat betekent een enorme druk op de kust. De komende eeuw zal veel moeten gebeuren om Nederland droog te houden. Behalve buiten de dijken, is er vergeleken met de watersnoodramp van 1953 ook veel in binnen de dijken gebeurd. Het aantal inwoners en de welvaart is toegenomen. Een overstroming zou daarom grotere consequenties hebben. Er zouden meer mensen omkomen en er zou meer financiële en economische schade geleden worden dan vijftig jaar geleden. Hogere dijken zijn daarom niet alleen nodig omdat het gevaar groter wordt, maar ook omdat de schade groter zal zijn. Dus: een toenemende kans met een groter gevolg.

Veiligheid

De overheid schrijft kustnota’s om het beleid op het gebied van de kustbescherming duidelijk te maken. In 2000 werd door het Ministerie van Verkeer en Waterstaat de 3de Kustnota ‘Traditie, trends en toekomst’ uitgegeven. Het zwaartepunt in deze kustnota ligt bij veiligheid en de relatie tussen veiligheid en ruimtegebruik. Kustgebieden hebben naast hun verdedigende functie ook andere functies. Van oudsher zijn de duinen een favoriete plek om te wonen. Mensen gebruiken de duinen om te recreëren en allerlei bijzondere planten en dieren hebben van de duinen hun thuis gemaakt. Pleiten voor meer veiligheid betekent bijna automatisch dat de andere functies van het Nederlandse kustgebied in gedrang komen. Een betrouwbare kust is bijvoorbeeld niet altijd te verenigen met natuurbehoud. In de 4de Nota waterhuishouding werd al de nadruk gelegd op de samenhang van waterbeleid en ruimtelijke ordening.

Het beleid van de 21ste eeuw

Om de kustafkalving tegen te gaan, word op het strand en onder water zand opgespoten door middel van zandsuppletie. Op die manier kan in ieder geval de komende decennia voorkomen worden dat de zee land inpikt. Hoewel de kust op dit moment veilig is, zijn er ingrepen nodig om ervoor te zorgen dat dat zo blijft. Op termijn zijn bredere en hogere dijken en duinen nodig. De stijgende zeespiegel zal de waterkeringen anders steeds verder ondermijnen. Bredere dijken betekent echter dat er meer ruimte beschikbaar moet komen voor dijken. De vraag is of die ruimte aan de zee- of landkant gecreëerd moet worden. De zandsuppletie vindt aan de zeekant plaats. Het is waarschijnlijk niet te vermijden dat ook de landkant ruimte voor dijkuitbreiding moet worden gemaakt. Om de zeespiegelstijging voor te blijven zullen er gebieden aangewezen moeten worden die voor kustbescherming gereserveerd worden. In Zeeland zijn dat onder andere de zuidwestkust van Walcheren en kop van Zeeuwsch-Vlaanderen. In duingebieden is die ruimte meestal wel aanwezig, maar niet in de buurt van kustplaatsen. Voor de kustplaatsen kan een risicoprofiel worden gemaakt. Om de plaats kan dan een rode lijn worden getrokken waarbuiten nieuwe bebouwing en de aanleg van infrastructuur in principe uitgesloten is. Met inachtneming van (1) de kustveiligheid, (2) de ruimtelijke ordening en (3) natuur en landschap, kan het Nederlandse kustgebied beheerd worden.