Landschap
Strand
Zeeland staat bekend om zijn brede, kilometerlange stranden. In de zomermaanden leidt dat vaak tot een trek naar de kust van toeristen uit binnen- en buitenland. Behalve voor de mens is het ook voor planten en dieren goed toeven op de stranden. Door de stroming wordt er dagelijks veel zand de kust op geworpen. Bij eb wordt het droge zand verder landinwaarts geblazen. Dappere pioniersplanten, de eerste vegetatie op voorheen onbegroeid terrein, houden het zand daar vast. Zeeraket, biestarwegras en helmgras zijn van die pioniers. Tijdens een zware storm of springtij neemt de zee soms in één keer terug wat ze in jaren was opgebouwd. De getijdenbeweging brengt naast nieuw zand ook allerlei voedsel mee. Bij vloed spoelen er allerlei soorten schelpen, wieren, kwallen en zeesterren aan. Mantel- en zilvermeeuwen, maar ook de rappe strandlopers profiteren er graag van. Op en rond de paalhoofden, die op het strand staan om de golfslag te breken, leven wieren, pokken, kreeftachtigen en mosselen. In de omgeving van Breskens en Borssele (de Kaloot) kan men bij goed zoeken fossiele schelpen en haaientanden vinden. De schelpen (bivalven, gastropoden en brachinpoden) zijn voornamelijk afkomstig uit het Plioceen, en zijn losgewoeld van de Westerschelde-bodem.
Duinen
Het strand gaat op een gegeven moment over in de duinen. Daarover kan meer gelezen worden in link:Het Duinlandschap. Het door de zee aangespoelde zand wordt door de wind meegevoerd en door planten vastgehouden. De opgestoven zandmassa’s beschermen het achter- en lagergelegen land tegen de kracht van de zee. Tegenwoordig wordt er door middel van zandsuppletie ook kunstmatig zand op het strand gespoten. Door bijvoorbeeld de zeespiegelstijging moet de mens het strand een handje helpen tegen het wassende water. Op het waddeneiland Texel wordt bijvoorbeeld sinds 1990 bijna ieder jaar twee tot drie miljoen kubieke meter zand op het strand gespoten. Zonder dit extra zand zouden sommige delen van de kust flink terrein verliezen op de Noordzee. Per jaar kan de kust soms wel enkele meters afkalven. Om sommige plekken is dat harder nodig dan op andere. Er grootste duinen zijn vier kilometer breed, de hoogste zijn 46 meter. Op het kalkrijke zand komen de bijzondere planten hondstong en ossetong voor. De beschutte duinvalleien vormen een prachtige leefomgeving voor bijzondere planten als parnassia, bitterling, duizendguldenkruid en orchideeën. Struikgewas biedt ruimte aan een keur van vogels. Er komen bijvoorbeeld nachtegalen, braamsluipers, zandlijsters en wielewalen voor.
Dijken
Dijken zijn in Zeeland werkelijk overal te vinden – aan het water, maar ook in het binnenland. Vroeger gaven ze grens aan tussen land en water, nu scheiden dijken polders van elkaar. Deze zogenaamde ‘boomdijken’ zijn vooral een kenmerkend element in het landschap van Zuid-Beveland, Tholen en Zeeuws-Vlaanderen. In Zuid-Beveland zijn ook ‘bloemendijken’ te vinden. Op deze dijken groeien bijvoorbeeld wilde marjolein, aardaker, moeslook en kruisdistel. Deze planten groeien allemaal goed op kalkhoudende grond in duinen of andere hellingen. Schapen worden ingezet om de bermen op een natuurlijke manier te beheren.
Schorren
Behalve in Zeeland zijn schorren bijna nergens in Nederland meer te vinden. Ze zijn vooral te vinden langs de oevers van de Ooster- en Westerschelde. Het bekendste en grootste schorrengebied is het Verdronken Land van Saeftinghe. Schorren zijn moerasachtige gebieden buiten de dijken die bij vloed regelmatig onderlopen en bij eb droogvallen. De hogergelegen gedeelten lopen zelden onder water. De schorren bestaan uit slib en zand en worden constant vervormd door de getijdewerkeing. Het hogergelegen slib grenst aan de dijken en kan begroeid zijn met zoutminnende planten zoals zeealsem, schorrekruid, zeeweegbree, zeeaster, lamsoor en zeekraal. Het slib is bijzonder voedselrijk en trekt vele soorten vogels die bij eb eten zoeken op de drooggevallen gebieden. Op de schorren broeden kustvogels, zoals sterns en plevieren. De zandplaten liggen lager en lopen bij hoogwater onder water.
De schorren lagen met name achter de compartimenteringsdammen, die tot doel hadden het oppervlakte van de Oosterschelde te verkleinen. Door de afdamming werd de getijdewerking echter uitgeschakeld. De schorren liepen daardoor niet dagelijks meer onder water. De voedseltoevoer werd stopgezet, veel zoutminnende plantjes stierven en vogels bleven weg. De schorren verloren daardoor hun functie als broedplaats voor kustvogels. Ook het aanzicht veranderde. De kreken vielen droog, omdat ze niet langer water naar de zee af hoefden te voeren. Omdat het zoute water zich terugtrok, kam er steeds meer begroeiing. Het aantal planten- en dierensoorten dat op de schorren leeft neemt wellicht toe, maar de nieuwe soorten zijn minder uniek.
Bossen
Hoewel Zeeland absoluut niet de meest bosrijke provincie van Zeeland is, komen er wel degelijk bossen voor. Vooral op Walcheren en Schouwen-Duiveland zijn er grote stukken bos te vinden. Vooral in de kop van Schouwen, bij de plaats Westerschouwen, bevinden zich bosachtige gebieden, waarin zowel loof- als naaldbomen groeien. Op Walcheren bevinden zich bijvoorbeeld bossen achter de kust tussen Oostkapelle en Vrouwenpolder en rond de kreken van Veere en Westkapelle. Op Zeeuwsch-Vlaanderen zijn er bossen te vinden bij de Braakman. De laatste tijd zijn er bomen aangeplant om het landschap minder eentonig te maken of voor de houtproductie.
Buitenplaatsen
In de Gouden Eeuw (de 17de eeuw) waren de steden Middelburg, Veere, Vlissingen en Zierikzee belangrijke posten voor de handel van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) met overzeese gebieden. De rijke handelslui zochten in de buurt van deze steden een plek waar ze zich terug konden trekken. Ze lieten daar vaak imposante buitenplaatsen bouwen. In Middelburg en Vlissingen, bij Domburg en Oostkapelle en in de buurt van Zierikzee zijn nog steeds van deze optrekjes te vinden. Vaak zijn zo omringt door parken en tuinen, waarin allerlei planten en dieren groeien. Twee natuurorganisaties zijn gevestigd in voormalige buitenplaatsen: Het Zeeuwse Landschap in het koetshuis van de buitenplaats Landlust (Heinkenszand) en Staatsbosbeheer in Huize Toorenvliet (Middelburg).







