Lauwersmeer

Naast de Deltawerken in het zuidwesten van Nederland, zijn in de periode na de watersnoodramp op andere plaatsen ook maatregelen genomen, om het land en de mensen tegen de zee te beschermen. Een voorbeeld daarvan is het Lauwersmeer. In 1969 is de Lauwerszee, een inham van de Waddenzee op de grens van de provincies Groningen en Friesland, afgesloten. Sindsdien heet het water Lauwersmeer.

De afsluiting

In de 19e eeuw en begin 20e eeuw waren er al plannen voor het afsluiten van de Lauwerszee, maar die werden niet doorgezet, vanwege economische en politieke redenen. Na de watersnoodramp van 1953 vonden de bestuurders in Groningen het uiteindelijk toch hoog tijd dat de Lauwerszee afgesloten werd. Het belangrijkste argument hiervoor was de veiligheid van de inwoners van Friesland en Groningen. Het risico op een overstroming van het omringende land bij een stormvloed was te groot. Er waren twee mogelijkheden om de Lauwerszee af te sluiten: het ophogen van de omliggende zeedijken of het aanleggen van een afsluitdijk. Het ophogen van de zeedijken was gunstiger voor de natuur en voor de visserij, maar de inwoners van Groningen en Friesland wilden het liefst een afsluitdijk, omdat dat veiliger was. Uiteindelijk is, onder druk van de bevolking, voor gekozen voor de afsluitdijk. In 1960 lag het ‘Besluit tot droogmaking van de Lauwerszee’ op tafel.

In 1961 is men begonnen met de werkzaamheden. Er moest een afsluitdijk van 13 kilometer lengte, met daarin spuisluizen en een schutsluis aangelegd worden. De manier van werken leek veel op die van onderdelen van de Deltawerken: er werd gebruik gemaakt van caissons en later van enorme doorlaatcaissons om het gat te dichten. De doorlaatcaissons werden gebouwd op het werkeiland Lauwersoog. Op 23 mei 1969 zag koningin Juliana erop toe hoe de laatste caissons afgezonken en vastgezet werden. Op 25 mei van dat jaar vond de definitieve afsluiting van de Lauwerszee plaats: de Lauwerzee was het Lauwersmeer geworden.

Nationaal Park

De afsluiting van de Lauwerszee had grote gevolgen voor de natuur in het gebied. Door de afsluiting van de zee werd het water langzaam brak, waardoor de natuur veranderde. Dit proces is vergelijkbaar met het proces dat de Zeeuwse wateren doormaakten na de voltooiing van de Deltawerken. Daarnaast verloren de zeehonden, die graag in de Lauwerszee vertoefden, hun woonplaats. Zij moesten vertrekken naar andere delen van de Waddenzee.

Na de afsluiting kreeg de Rijksdienst IJsselmeerpolders het beheer van het Lauwersmeer in handen. Ondanks de grote invloed van de afsluiting op de natuur heeft het gebied zich sindsdien ontwikkeld tot een prachtig natuurgebied. De eerste jaren na de afsluiting werd het gebied aan zijn lot overgelaten en liet men de natuur zijn werk doen. Pas vanaf 1980 werd een actief natuurbeleid gevoerd. Men liet bijvoorbeeld stukken land begrazen door koeien en schapen: eerst alleen in de zomer, maar later het hele jaar door. Op den duur kwamen nieuwe soorten vogels en zoetwatervissen naar het gebied toe. De zoetwatervissen maakten het gebied aantrekkelijk voor andere vogels, zoals lepelaars, aalscholvers en duikeenden, die op zoek waren naar een prooi. Ook kwamen dieren, zoals mollen, reeën, konijnen, vossen, naar het gebied toe. Zo ontstond, ondanks het verlies van een uniek stuk waddengebied, een prachtig, nieuw natuurgebied, dat ook zeker de moeite waard is. Dit laatste werd bevestigd toen een groot gedeelte van het Lauwersmeer op 12 november 2003 tot nationaal park werd benoemd.

Recreatie

Naast een uniek natuurgebied, is het Lauwersmeer ook een veelbezocht recreatiegebied. Het voormalige werkeiland Lauwersoog is uitgegroeid tot een havenplaats, met een visserijhaven en een veerpont naar Schiermonnikoog. Ook het plaatsje Zoutkamp, dat zijn functie als visserijhaven gedeeltelijk over moest laten aan Lauwersoog, is zeker een bezoekje waard. In het gebied zijn veel faciliteiten voor recreatie, zoals bungalowparken, campings en zeilscholen. Daarnaast zijn er veel mogelijkheden om te zeilen, te surfen, wadlopen, waterfietsen en te roeien.