Moeder zat vast in het puin


"Op 1 februari 1953 woonde ik in Duivenhoek waar toen acht van de tien slachtoffers zijn gevallen in Zeeuwsch-Vlaanderen. Ik was drie jaar en had twee broers en een zus. Die nacht heeft mijn vader met andere geprobeerd de coupures van de binnendijk die vlak achter ons huis lag te dichten.

Toen ze gewaarschuwd werden dat het water al over de dijk kwam, zijn ze naar huis gegaan. Mijn vader heeft me op de arm genomen en naar een veel hoger gelegen huis gebracht. Ondertussen heeft mijn moeder de kinderen aangekleed en wachtte tot mijn vader hen op kwam halen. Maar de dijk brak vlak naast ons huis door en sleurde hen allemaal mee. Mijn jongste broer kwam onder het puin terecht. Hij was 30 januari zeven jaar geworden. Mijn oudste broer kwam in een boom en is later gered. Mijn zus is iets verder bij de overburen bij een muurtje beland, waar ze zich aan heeft vastgehouden. Maar het water steeg. Ze was acht jaar. Mijn moeder belandde in een sloot vlakbij mijn oudste broer en kwam vast te zitten in het puin en kon niet weg. Later bleek dat ze door onderkoeling is gestorven.

De buurvrouw was een aangetrouwde tante van ons en is ook verdronken. Daarnaast was een gezin van vier personen waarvan de ouders 31 januari veertig jaar getrouwd waren geweest. Ze zijn ook verdronken. Ik zelf heb een paar beelden op mijn netvlies van die nacht, wat het met me gedaan heeft is bepalend gebleken voor de rest van mijn leven."

Ria Daalman, Zwolle

©PZC 24-01-03