N.A.P.

Hoogten van plaatsen worden meestal aangegeven door middel van een vastgesteld niveauvlak. In Nederland is dit niveauvlak te vinden in Amsterdam, in het Muziektheater. In dit Muziektheater staat een heipaal met een bout erin. De hoogte van de bovenkant van die bout is het vastgestelde niveauvlak dat we in Nederland gebruiken om hoogten mee vergelijken. We noemen dit niveauvlak Normaal Amsterdams Peil, afgekort: N.A.P.  De hoogteligging van verschillende plaatsen in Nederland wordt aangegeven door middel van een vergelijking met het Nieuw Amsterdams Peil. Als een stad bijvoorbeeld drie meter lager ligt dan de bovenkant van het boutje in het Muziektheater in Amsterdam (het Normaal Amsterdams Peil dus), zeggen we: 'Deze stad ligt drie meter beneden N.A.P.'

Het boutje is niet het enige punt waaraan we het N.A.P. kunnen aflezen: op verschillende plaatsen in Nederland zijn peilkenmerken aangebracht, en eigenlijk zijn de meetpalen op de Veluwe betrouwbaarder dan de meetpalen in Amsterdam. In Amsterdam zakt de bodem namelijk 2 centimeter per eeuw, wat betekent dat het N.A.P. ook twee centimeter per eeuw zou zakken. Dat kan natuurlijk niet, want het N.A.P is een vastgesteld meetpunt. Daarom moeten de peilpunten in Nederland af en toe aangepast worden. De Veluwe is het meest stabiele punt van Nederland, en de meetpalen zijn er niet bewogen. Eigenlijk zou het dus veel handiger zijn om de palen op de Veluwe als uitgangspunt voor het N.A.P. te houden, maar ja: het waren nou eenmaal de Amsterdammers die als eerste (al in 1683!) op het idee kwamen een standaardpeil te bedenken, dus houden we het zo.