Na de Deltawerken

Strijd tegen het water

Serooskerke, Schouwen
Serooskerke
Na de bouw van de Deltawerken konden de Zeeuwen opgelucht ademhalen. Een ramp als die van 1953 zou voorlopig niet meer plaatsvinden. De kans op een overstroming was drastisch teruggebracht. In de halve eeuw na de ramp hebben zich echter ondertussen nieuwe kansen en bedreigingen aangekondigd. De Deltawerken waren een belangrijk hoofdstuk in de geschiedenis van de strijd tegen het water, maar het laatste woord was nog niet gesproken. Om Zeeland en de rest van Nederland veilig te houden, zal er meer moeten gebeuren dan af en toe een nieuw likje verf op de Oosterscheldekering.

Brede benadering

Door verschillende ontwikkelingen gedurende de afgelopen vijftig jaar en de ontwikkelingen die Nederland te wachten staat, is men sinds de watersnoodramp van 1953 anders gaan denken over waterbeheer. Het water komt niet alleen uit de zee, maar wordt ook door de grote rivieren en uit de hemel aangevoerd. Door klimaatveranderingen zal de hoeveelheid regen voornamelijk in de winter flink toenemen. Op basis van gegevens van de KNMI-neerslagstations was 2004 de natste zomer sinds tenminste 1951. Gemiddeld over het land viel op basis van de KNMI-stations 314 mm neerslag tegen 202 mm normaal. Daarmee was de zomer uitzonderlijk nat. Op veel plaatsen ontstond wateroverlast en de rivieren kregen extra water te verwerken. Deze en meer ontwikkelingen hebben van waterbeheer tegenwoordig meer gemaakt dan louter kustbescherming. Ook het beeld van het water als vijand is ondertussen achterhaald. De veiligheid van de mensen blijft voorop staan, maar ook factoren als natuur, recreatie en bewoning worden in acht genomen.

Oosterscheldekering als startpunt

De keuze voor een open kering in de Oosterscheldekering kan gekozen worden als een omslagpunt in het denken over water. Aanvankelijk zou de Oosterschelde afgedamd worden. Dat zou de veiligheid voor de bewoners van de eilianden ronden dit water het best dienen. Als snel kwamen allerlei maatschappelijke krachten in actie die tegen de afsluiting van de Oosterschelde in opstand kwamen. Zij benadrukten dat de veiligheid van mensen wel belangrijk was, maar dat ook andere aspecten in de besluitvorming meegewogen moesten worden. Het unieke zoutwatermilieu in de Oosterschelde was er daar één van. Na een afweging het belang van de waterkwaliteit, het mileu, de natuurontwikkeling, de visserij, de recreatie, de landbouw, de scheepvaart en de industrie kwam men tot het besluit op een open kering te bouwen. Een beleid waarin zo veel mogelijk aspecten meegewogen worden heet ‘integraal waterbeheer’. De Oosterscheldekering toonde aan dat het mogelijk was om verschillende belangen met elkaar te verenigen.

Gevolgen

Vissen
Vissen
Hoewel er een kering in de Oosterschelde werd gebouwd, nam de getijdewerking alsnog met een kwart af. De andere dichte dammen hadden en nog grotere invloed op de natuur in het Deltagebied. Afgezien van de Oosterschelde en Westerschelde waren alle zeearmen afgesloten. Waar eerst het zeewater nog ongehinderd heen en weer kon stromen, kwam het water achter de dammen nu tot stilstand. De getijdewerking verdween, zout water veranderde in zoet. Dat had gevolgen voor het landschap en de flora en fauna in Zeeland. Bepaalde delen die altijd onder water liepen, kwamen droog te staan. Andere delen die anders bij eb droogvielen, stonden nu altijd onder water. Geulen en kreken slibden dichte en slikken en platen kalfden af. Zoutwatervissen stierven en vogels trokken weg. Weer andere soorten kwamen daarvoor in de plaats. Deze veranderingen zijn niet terug te draaien. Wel kan mens proberen om de natuur binnen bepaalde kaders zoveel mogelijk vrij te laten.
Schorren bij Sint Philipsland
Schorren
In bijvoorbeeld het Haringvliet, het Hollandsch Diep en de Biesbosch laat men de natuur steeds meer haar eigen gang gaan. Op sommige plekken zijn duinen doorgestoken, zodat het water z’n weg kan zoeken. Op andere plaatsen laat men het stuifzand z’n gang gaan. Zoals Zeeland er voor de Deltawerken uitzag zal het er nooit meer uit komen te zien. Op zich is dat niet erg. Er zijn immers andere natuurwaarden voor in de plaats gekomen die niet per definitie minder uniek zijn.

Projecten

Sinds 1985 zijn er aantal natuurontwikkelingsprojecten opgezet. Op het voormalige werkeiland Neeltje Jans zijn bijvoorbeeld stranden, duinen en vogeleilanden ontstaan of aangelegd. Het beton en staal van de Deltawerken is een thuis geworden voor allerlei wieren en schelpen.


Natuurgebeid
Een goed voorbeeld van een project waarbij een enorme omslag in denken heeft plaatsgevonden is het Haringvliet. Toen in 1970 de Haringvliet afgesloten werd, verdween de getijdewerking en werd het water langzaam zoet. Vissen als de flint, de aal, de driedoornige stekelbaars en de spiering stierven omdat ze niet meer naar zee konden. Zij kwamen alleen in de Haringvliet om te paaien. De zoetwatervissen die er na verloop van tijd voor in de plaats kwamen, werden bij het spuien van het Haringvlietwater soms in het zoute water van de Noordzee geloosd. Na uitgebreid onderzoek en veel gediscusieer is besloten om de Haringvlietsluizen 95% van de tijd voor een derde deel op te stellen. Het Haringvlietwater wordt daardoor weer zouter en de getijdewerking komt terug (maximaal een meter). Zoetwatervissen verdwijnen hierdoor weer, maar de oorspronkelijke brakwatervissen komen waarschijnlijk terug. Ook de oevers zullen onder invloed van de getijdewerking van vorm veranderen. De komende jaren zullen eerst de nodige voorzorgmaatregelingen getroffen moeten worden om de opening van de Haringvliet te kunnen faciliteren. Voorlopig staan de sluizen op een kiertje. Pas als de drinkwatervoorziening is veiliggesteld en er afspraken met gemeenten, boeren, vissers en scheepvaarders zijn gemaakt kan de Haringvlietdam de functie van een kering krijgen.

De toekomst

Stormvloedkering tijdens de najaarsstorm van 1986
Storm
Door klimaatveranderingen zal de zeespiegel tussen de 10 en 90 centimeter per eeuw stijgen. Verder wordt er ook nog eens substantieel meer neerslag verwacht. Door geologische processen vindt er tegelijkertijd in het westen van Nederland een bodemdaling plaats. Door al het gepomp en gemaal voeren we bovendien niet alleen water naar zee af, maar ook grond. Het mes snijdt dus aan twee kanten: de zeespiegel stijgt dus en het grondpeil daalt. Om het land te beschermen zullen op de lange termijn de Oosterscheldekering en de Maeslantkering vaker gesloten moeten worden. Om de Oosterscheldekering open te kunnen houden, zijn dus ook goede dijken rond de Oosterschelde broodnodig. Hogere en bredere dijken hebben echter ruimte nodig. Ruimte, die nu gebruikt wordt voor bewoning, natuur of recreatie. De Deltawerken hebben een groot veiligheidsprobleem opgelost, maar hebben tegelijkertijd andere problemen gecreeert. Waterbeheer gaat verder dan het aanleggen van een aantal dammen.