Natuur
Natuurschatten
De sporen die de strijd tegen het water heeft achtergelaten zijn uniek in de wereld. Het zijn ‘natuurschatten’ en geen ‘natuurlijke schatten’, omdat ze niet louter het gevolg zijn van natuurlijke processen, maar van de eeuwenlange invloed van de mens. Verder is het samenspel van zout en zoet water erg belangrijk geweest voor de ontwikkeling van de natuur. Het zoete rivierwater van de Rijn, Maas en Schelde komt in Zeeland voor het eerst in aanraking met het zoute Noordzeewater. In Zeeland komen daarom op grote schaal vogels, zoogdieren en planten voor die elders op de wereld nauwelijks te vinden zijn. De planten en dieren kunnen alleen overleven op de grens van zout en zoet. Veel soorten kunnen slechts in zich slechts in één type milieu overleven. Als daar verandering in optreedt, verdwijnt de soort. Dit zijn de zogenaamde ‘kritische soorten’. Hun aan- of afwezigheid zegt veel over het betreffende ecosysteem. Het Zuiderzeekrabbetje bijvoorbeeld komt in Nederland uitsluitend in het brakke water van het Veerse Meer en het Noordzeekanaal voor. Sepia's en slangsterren leven wel in de Oosterschelde maar weer niet in de Grevelingen. Andere soorten zijn veel minder kieskeurig en zijn in meerdere milieus te vinden. Dit zijn ‘tolerante soorten’. Enkele typisch voorbeelden van tolerante soorten zijn de broodspons, de strandkrab, golfbrekeranemoon en de paling. Palingen kunnen leven in zoet, zout en brak water.
Natuurbescherming
Zeeland staat bekend om de rust en ruimte die men er aantreft. Het is een provincie waar relatief weinig mensen wonen en waar uitgestrekte landschappen kunnen worden gevonden. Zeeland heeft een landelijk karakter, omdat 70% van het grondgebied voor landbouw wordt gebruikt. Een manier waarop wordt geprobeerd de natuur te beschermen is door unieke natuurgebieden onder de Natuurbeschermingswet te laten vallen. Een groot deel van de duinen en de Deltawerken vallen onder deze wetten. Om ervoor te zorgen dat er geen natuurbehoud en –ontwikkeling in het wilde weg plaatsvindt, wordt er uitgegaan van een ecologische hoofdstructuur (EHS). Dit is een netwerk van natuurgebieden die met elkaar verbonden zijn, zodat dieren en planten zich kunnen tussen verschillende gebieden kunnen verplaatsen. De gebieden die onder deze EHS vallen, liggen voornamelijk buitendijks. Het grootste deel van de natuurgebieden wordt beheerd door Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en Stichting het Zeeuws Landschap.







