Overhaast afscheid van Tini


"Na een ernstige ziekte overleed op 29 januari 1953 onze zus Tini in het Academisch ziekenhuis te Utrecht. In de middag van 31 januari werd zij overgebracht naar haar ouderlijk huis te Arnemuiden. Mijn vader, haar verloofde Jos en ik vergezelden de lijkwagen. Het was een droevige thuisreis. Voor de schemer bereikten we de Kreekrakdam, de verbinding tussen Brabant en Zeeland. Daar zagen we dat de vloed het water opstuwde tot de berm van de laag gelegen dam. Inmiddels was een storm opgestoken. Vader merkte op dat vaker bij hoge vloed het water zo hoog kwam. Wie kon bevroeden dat er in de komende nacht een tweede vloed overheen zou komen?

Thuis wachtten onze moeder en mijn verloofde Ina. Onze kleine zus Lenny was tijdelijk weggebracht. In de voorkamer werd de kist op kleine schragen gezet. We gingen laat naar bed. Jos lag op de divan in de achterkamer en wij waren naar boven gegaan. Onder de morgen werd Jos wakker. Zijn hand was nat door het binnenstromende water dat de bovenrand van de divan bereikt had. Ontzet sprong hij op en waadde door het water naar de trap waar hij ons riep. We zagen dat de Oranjepolder volgelopen was en het water in een langgerekte waterval de Kleverskerkse polder instroomde. Door een open duiker was het water in de laaggelegen straten van Arnemuiden gestroomd. Het water kwam tot de derde trede onder aan de trap.

Blootsvoets moesten we het water in. De kist in de voorkamer was gaan drijven. We kregen hulp van brandweer en EHBO. De kist werd naar de hoger gelegen garage van mijn vader gebracht. Daar wachtte de burgemeester. Hij bepaalde dat onze zus direct moest worden begraven, omdat niet was te voorzien wat nog kon gebeuren. Door de goede zorgen van begrafenisondernemer Bliek werden de nodige maatregelen getroffen. Hulpvaardige mensen groeven het graf.

Zo gingen we op zondag 1 februari 1953 op stap. Bliek liep in vol ornaat voorop. Vader reed de auto met de kist en moeder zat naast hem. Jos, Ina en ik liepen achter de auto in vlug bij elkaar geraapte kleren. Het luiden van de klok begeleidde ons; naargeestig en angstaanjagend. Het water steeg nog iets. Op de hoger gelegen begraafplaats werd onze zus door helpende mensen begraven. Daar stonden we, ontredderd en vervuld van verdriet bij dit bijzondere afscheid van Tini.

Maar we waren niet alleen. Net op tijd kwamen de gewaarschuwde meisjesclub en enkele vriendinnen van Tini. Terwijl de storm nauwelijks afnam zongen zij een psalm en een gezang, liederen die voor Tini veel hadden betekend. Het gaf ons veel troost en we waren dankbaar voor de hulp die we kregen. Ons verdriet viel eigenlijk in het niet bij het enorme leed dat de rampnacht over de eilanden bracht. Deze onvoorstelbare verschrikking die door het luiden van de klok zo doordringend werd benadrukt."

P.C. de Jager
Middelburg

©PZC 24-01-03