Plannen uit het verleden

Het idee om een tunnel onder de Westerschelde te bouwen was niet nieuw. Al in de jaren ’30 van de twintigste eeuw hadden zakenlui uit Goes plannen voor een tunnel opgesteld. Over de haalbaarheid van een tunnel was men het niet altijd eens Was de bodem wel sterk genoeg? Was een tunnel niet te duur? Waar zou de tunnel moeten komen? Aan het eind van de jaren ’60 lagen er plannen voor een vaste verbinding tussen Zeeuws-Vlaanderen en Zuid-Beveland. Het plan bestond uit een hangbrug en een afgezonken tunnel op de bodem van de Westerschelde. Deze brug en tunnel zouden op de plek komen waar toen een van de twee veerponden voer: tussen Kruiningen en Perkpolder. Het ontwerp werd gewogen en te duur bevonden.

Vanaf 1986 kwamen de ideeenstroom pas echt op gang. Eerst werd nog voortgeborduurd op de oude plannen. Later begon men toch meer aan een geboorde tunnel onder de grond te denken. Na tientallen jaren van discussie wist men het in 1996 zeker: de tunnel zou er komen. De Rijksoverheid en de Provincie Zeeland besloten dat de tunnel moest komen tussen Ellewoutsdijk (Zuid-Beveland) en Terneuzen (Zeeuws-Vlaanderen). De werkzaamheden begonnen in 1997 en op 26 januari 1998 gaf de toenmalige minister van Verkeer en Watstaat, mevrouw Jorritsma, het startsein voor de bouw. Na ruim vier jaar boren en graven verklaarde Koningin Beatrix op 14 maart 2003 de Westerscheldetunnel voor geopend.