Storm van 1953 had volgens weerman nog erger kunnen zijn

door Rinus Antonisse

RITTHEM - In de rampnacht van 31 januari op 1 februari 1953 bereikte het water in Vlissingen de recordhoogte van 4,55 meter boven Normaal Amsterdams Peil. Het had nog erger kunnen zijn, zegt de Zeeuwse weerman Jos Broeke. Er traden - hoe wrang het ook klinkt - enkele gunstige ontwikkelingen in het weerbeeld op.

Wanneer alle weerfactoren tegen hadden gezeten, was een waterstand van tegen de zes meter plus NAP in Vlissingen mogelijk geweest en in Hoek van Holland zelfs nog iets meer, reconstrueert Broeke achteraf. Dan was vrijwel zeker ook het overgrote deel van Walcheren onder water gelopen, evenals een groot deel van de Randstad. Hij tekent er wel bij aan dat de kans op een dergelijke calamiteit erg klein was (en is).

De storm die de februariramp veroorzaakte was op zich al erg genoeg. Maar de wind was niet eens zo heel krachtig, vertelt Broeke. Op het weerstation Vlissingen, toen gevestigd in een hut op het voormalige vliegveld ten noorden van Vlissingen, bedroeg het hoogste uurgemiddelde van de windsnelheid 21 meter per seconde, ofwel negen Beaufort. Omgerekend naar een situatie waarbij het weerstation aan zee lag, komt dat uit op een hoogste uurgemiddelde van 26 meter per seconde, ofwel tien Beaufort. De zwaarste windstoot werd in Vlissingen op zaterdag 31 januari om 22.00 uur vastgelegd: ruim 120 kilometer per uur.

Volle maan

De getijtafel gaf voor hoogwater op 1 februari springtij aan, met een verwachte hoogwaterstand van 1,98 meter plus NAP. Het was volle maan en een laag springtij (waarbij de maan het verst van de aarde staat). Veertien dagen later trad nieuwe maan aan (maan het dichtst bij de aarde), met bijbehorend hoog springtij. Derde pluspunt was het feit dat het hoogtepunt van de storm niet tegelijk met het tijdstip van hoogwater viel, maar er enkele uren vóór lag. Bovendien speelde nog mee dat het waterpeil van de grote rivieren laag stond, waardoor er vanuit zee meer water kon worden opgestuwd. Volgens Broeke waren het deze factoren - windkracht, laag springtij, hoogtepunt storm en waterpeil grote rivieren - die een nóg grotere ramp voorkwamen.

Hij tekent er onmiddellijk bij aan dat het al erg genoeg was. Rond Schotland werden windsnelheden van 125 kilometer per uur gemeten (twaalf Beaufort). De tot dan bekende hoogste waterstand in Vlissingen van 3,92 meter plus NAP, bereikt tijdens de stormvloed van 1906, werd ruimschoots overschreden. ,,Die 4,55 meter was toch een enorme uitschieter'', aldus Broeke.

Weerkaart

Zijn weerbureau Meteo Zeeland heeft op internet een aparte rubriek gewijd aan de februariramp 1953. ,,Ik ben me ervan bewust dat er meer mensen sites over de ramp hebben gemaakt. Maar ik heb me vooral toegespitst op de meteorologische aspecten in Zeeland'', vertelt Broeke. Op zijn site (www.meteozeeland.nl) staat onder meer informatie over het ontstaan van de ramp, de waarschuwingen die uitgingen, de bereikte hoogwaterstanden en de ontwikkeling van de wind.Ook is een weerkaart uit de rampnacht opgenomen. Broeke is van plan de rubriek komende weken aan te vullen.

©PZC 02-01-03