Tholen

Het eiland Tholen kun je nog moeilijk een eiland noemen aangezien het via de Oesterdam met Zuid-Beveland verbonden is en via drie bruggen met de provincie Noord-Brabant. Het stadje Tholen is met 7500 inwoners de grootste plaats van het eiland. Akkerbouw en mosselvisserij zijn voor de Tholenaars erg belangrijk.

Stadsbeeld

De naam Tholen komt van het Middelnederlandse tolle, dat “tolplaats” betekent. De plaats Tholen ontstond in de dertiende eeuw bij het tolhuis aan de Eendracht in de Vijftienhonderdgemetenpolder die de schepen belastten die van de Schelde naar het Volkerak, of omgekeerd, voeren. Tholen maakte een redelijke bloeiperiode mee dankzij enkele privileges van de graaf van Holland maar daar kwam abrupt een einde aan toen in 1452 een grote brand de hele stad verwoestte. Dit kwam Tholen niet meer te boven en het speelde hierna geen rol van betekenis meer. In 1944 werd het eiland door de Duitsers geïnundeerd en kwam het door de Watersnoodramp van 1953 voor meer dan de helft onder water te staan. De belangrijkste bouwwerken die men nu nog kan bewonderen, dateren van na de stadsbrand van 1452 zoals het stadhuis, de voormalige Onze-Lieve-Vrouwekerk, de voormalige Gasthuiskapel en de stellingmolen De Hoop.