Zeebeving in Zuid-Oost Azië
Op 26 december 2004 vond in Zuid-Oost Azië één van de grootste natuurrampen uit de geschiedenis plaats: een zeebeving in de Indische Oceaan veroorzaakte een enorme tsunami, die veel landen trof. Meer dan 200.000 mensen overleefden de gevolgen van deze verwoestende vloedgolf niet en honderdduizenden raakten al hun bezittingen kwijt. Alhoewel deze ramp qua omvang niet te vergelijken is met de watersnoodramp van 1953, zullen de mensen die de watersnoodramp hebben meegemaakt, op 26 december ongetwijfeld weer herinnerd zijn aan die tijd. Weer werd duidelijk hoe verwoestend de kracht van de zee kan zijn. Het woord tsunami is ineens een veelgebruikt, berucht begrip geworden, maar wat is een tsunami eigenlijk? En hoe ontstaat zo’n enorme vloedgolf? Zijn er in het verleden al vaker zulke grote tsunami’s geweest? En kan er in Nederland ook een tsunami plaatsvinden?
Tsunami
Tsunami is het Japanse woord voor havengolf. Een tsunami is een serie golven, veroorzaakt door een aardbeving, een vulkanische uitbarsting of het inslaan van een meteoriet. Deze golven zijn dus, in tegenstelling tot normale golven, niet opgewekt door wind of de stand van de zon, de maan of planeten en hebben niets te maken met getijden.
Oorzaak
Het aardoppervlak bestaat uit verschillende platen, die langs elkaar bewegen. Normaal gaan deze bewegingen heel langzaam (een paar centimeter per jaar), maar als de platen plotseling stijgen of dalen, doordat ze langs elkaar schuren, tegen elkaar botsen, of onder elkaar schuiven, ontstaat een aardschok of aardbeving. De grenzen van de platen lopen grotendeels onder zee. In de zee wordt de energie van de trillende bodem overgebracht op het bovenliggende water. Op die manier ontstaat een zogenaamde zeebeving.
Na een zeebeving kán een tsunami volgen, maar dat is niet altijd het geval. De beving moet een kracht hebben van minstens 7.5 op de schaal van Richter, om een tsunami te veroorzaken. Zo’n grote kracht komt meestal alleen voor als een oceanische plaat onder een continentale plaat schuift. Dit laatste wordt ook wel subductie genoemd.
Als het water de energie van de aardbeving opneemt, ontstaat een rimpeling van het wateroppervlak boven het epicentrum (de kern) van de beving. De zeebeving beslaat vaak een groot gebied, waardoor deze rimpeling veel kracht heeft. De zwaartekracht zorgt ervoor dat verticale kracht van de rimpeling omgezet wordt in horizontale bewegingen. Hierdoor splitst de rimpeling zich in meerdere golven, die zich vanuit het epicentrum richting het diepe water of de kust bewegen. Dit effect kan je vergelijken met de rimpelige cirkel die ontstaat als je een steen in een vijver gooit. De golf boven het diepe water beweegt zich met hoge snelheid van het epicentrum, terwijl de golf die naar de kust gaat, wordt afgeremd, vanwege de weerstand van de zeebodem. Over het algemeen geldt: hoe dieper de oceaan, hoe hoger de snelheid van de golf en dus hoe ondieper de oceaan, hoe lager de snelheid van de golf. In diep water merk je vaak niets van de tsunami, omdat de golven laag zijn, een grote lengte hebben en een lange intervaltijd. Als de tsunami echter dichterbij de kust komt, treedt het zogenaamde grondeffect op. De voorkant van de golf wordt afgeremd door de weerstand van de oplopende bodem, terwijl de achterkant van de golf nog de volledige snelheid heeft. De golf wordt op die manier als het ware in elkaar gedrukt, waardoor het water alleen nog maar omhoog kan. De golf wordt daardoor veel hoger. In de laatste meters voor de kust neemt de weerstand nog meer toe, omdat het water daar steeds minder diep wordt. De voorkant van de golf wordt steeds meer afgeremd, terwijl de achterkant doorrolt, waardoor de golf nóg hoger wordt. Doordat de golf steeds hoger wordt, ontstaat zuiging aan de voorkant: het zeewater tussen de tsunami en de kust wordt omhoog getrokken. De kustlijn trekt zich soms wel honderden meters terug. Als de golf, die inmiddels wel dertig meter hoog geworden kan zijn, uiteindelijk aankomt bij de kust, verwoest hij alles wat op zijn weg komt. Als de golf is uitgebulderd, trekt het water zich vervolgens met een enorme zuigende werking weer terug de zee in. Na deze eerste tsunamigolf, volgen vaak nog meer golven. Deze zijn vaak wel minder krachtig.
Gevolgen
Doordat een tsunami uit meerdere golven bestaat en door de combinatie van de kracht van de golf zelf en de zuigende kracht terug de zee in, zijn de gevolgen van een tsunami vaak enorm. Dat was ook het geval bij de tsunami in Zuid-Oost Azië. Er was een enorm aantal slachtoffers, miljoenen mensen zijn dakloos geworden en er is grote schade aan de economie en de natuur.
Mens
Nog steeds is niet precies bekend hoeveel slachtoffers er zijn gevallen als gevolg van de tsunami van 26 december 2004, omdat heel veel mensen nog steeds vermist worden. Waarschijnlijk zullen hun lichamen nooit meer gevonden worden. Het officiële aantal slachtoffers staat op 289.260. Dit is inclusief het geschatte aantal vermisten. Verreweg de meeste slachtoffers zijn gevallen op het Indonesische eiland Sumatra. Vooral de noordelijke provincie Atjeh lag heel dichtbij het epicentrum van de zeebeving. De andere getroffen landen zijn Sri Lanka, Thailand, India, Maleisië, Myanmar, Bangladesh, Malediven en een aantal landen in het oosten van Afrika. Omdat in de getroffen landen veel toeristen aanwezig waren op het moment van de ramp, zijn er ook veel Europese en Amerikaanse slachtoffers. In totaal zijn 27 Nederlanders omgekomen door de tsunami. Tien Nederlanders worden nog steeds vermist. Veel van de inwoners van de getroffen landen, die de ramp hebben overleefd zijn alles kwijt: ze hebben familieleden en vrienden verloren en hun huis, of soms zelfs hun hele dorp is weggevaagd. Ze moeten helemaal opnieuw beginnen.
Economie
Naast al dit menselijke leed, heeft de tsunami ook gevolgen voor de economie en de natuur van de getroffen landen. De economie van de getroffen landen heeft veel te lijden gehad onder de tsunami, doordat vrijwel alle gebouwen en wegen door de tsunami zijn verwoest: hele stukken land moeten opnieuw opgebouwd worden. Dat kost veel geld. Daarnaast is de economie van de getroffen landen voor een groot deel afhankelijk van toerisme. Vooral vlak na de ramp kwamen er weinig toeristen naar Zuid-Oost Azië, omdat de schrik er, ook bij hen, goed in zat. Hierdoor heeft de economie een grote deuk opgelopen. Gelukkig kunnen de landen in Zuid-Oost Azië rekenen op de hulp van de rest van de wereld. Bijna overal zijn grote geldinzamelingsacties gehouden, om de getroffen landen bij te staan.
Natuur
De tsunami van 26 december 2004 heeft ook schade toegebracht aan de natuur. De kustgebieden zijn flink aangedaan. Daarnaast is een deel van de koraalriffen in het getroffen gebied beschadigd. Onder de rest van de dieren lijkt de schade mee te vallen: veel dieren voelden de tsunami op één of andere manier aan en zijn op tijd op de vlucht geslagen. Na de ramp houdt de schade aan de natuur niet op: doordat veel mensen hun huizen weer moeten opbouwen, is er veel hout nodig. Hierdoor worden meer bomen gekapt. Daarnaast bestaat de kans dat de mensen meer vlees en eieren van bedreigde reptielen gaan eten, als vervanging voor vis.
Tsunami’s uit het verleden
De Tsunami van 26 december 2004 is, voor zover bekend, de zwaarste en meest krachtige tsunami uit de geschiedenis. De zwaarste tsunami van vóór 2004 dateert uit 1775. In dat jaar werd Lissabon overspoeld door een tsunami: er vielen tussen de 50.000 en 100.000 slachtoffers.
Hieronder volgt een opsomming van andere grote tsunami’s uit de geschiedenis.
- 27 augustus 1883: een tsunami als gevolg van een vulkaanuitbarsting eist 36.000 mensenlevens op Java en Sumatra.
- 15 juni 1896: een zeebeving in de buurt van Japan veroorzaakt een tsunami: er vallen 27.000 slachtoffers.
- 1 april 1946: een tsunami als gevolg van een aardbeving in Alaska eist 159 mensenlevens, waarvan de meeste op Hawaii te betreuren zijn.
- 9 juli 1958: de zwaarste recente tsunami, veroorzaakt door een aardbeving in Alaska, kost slechts een paar mensen het leven, omdat de tsunami plaatsvond in een verlaten gebied.
- 22 mei 1960: een aardbeving in Chili, met een kracht van 8.6 op de schaal van Richter, veroorzaakt een tsunami, die ongeveer 1500 slachtoffers eist in Chili en Hawaii.
- 27 maart 1964: in Alaska ontstaat een tsunami na een aardbeving met een kracht van 8.4 op de schaal van Richter: 120 mensen worden gedood.
- 23 augustus 1976: tsunami in het zuidwesten van de Filippijnen: 8000 slachtoffers.
- 17 juli 1998: in Papua Nieuw Guinea worden 2200 mensen gedood door een tsunami als gevolg van een aardbeving van 7.1 op de schaal van Richter.
Preventie
Er bestaat een waarschuwingssysteem, dat ervoor kan zorgen dat een tsunami vooraf aangekondigd kan worden, zodat mensen op tijd naar een veilige plaats kunnen gaan. Dit systeem bestaat uit sensoren in de zeebodem en in boeien aan het wateroppervlak, die gegevens kunnen doorgeven aan satellieten. De sensoren meten de druk van het water op de zeebodem. Ze zijn erg nauwkeurig en kunnen zelfs een tsunami-golf van een centimeter op 6000 meter diepte opmerken. Als een sensor een tsunami meet, wordt een signaal doorgegeven aan de boeien aan het wateroppervlak. Vanuit de boeien wordt een signaal doorgegeven aan een satelliet, die in verbinding staat met een station op het land. Vanuit dat station kunnen de mensen in de kustplaatsen gewaarschuwd worden.
Tijdens de zeebeving van 26 december 2004 was er geen waarschuwingssysteem geïnstalleerd in de Indische Oceaan. Als dat wel zo geweest was, hadden waarschijnlijk veel mensenlevens gered kunnen worden. Een ramp had echter niet voorkomen kunnen worden, omdat een waarschuwingssysteem alleen effect heeft voor kustplaatsen die ver van het epicentrum liggen. Voor de mensen op Sumatra, dat heel dicht bij het epicentrum van de zeebeving lag, was een waarschuwing zeer waarschijnlijk te laat gekomen, omdat het water het eiland al enkele minuten na de zeebeving bereikte.
Tsunami in Nederland?
Na al die angstaanjagende beelden op TV van enorme vloedgolven, is de eerste vraag die bij je op komt: kan er in Nederland ook zo’n tsunami plaatsvinden? Het antwoord hierop is geruststellend, want het is zeer onwaarschijnlijk dat Nederland overspoeld wordt door een tsunami, maar het is niet voor honderd procent uit te sluiten. De dichtstbijzijnde breuklijnen, die eventueel een aardbeving zouden kunnen veroorzaken, liggen in de Atlantische Oceaan. Als er een aardbeving zou plaatsvinden op deze breuklijnen, dan zou die veel minder heftig zijn als een aardbeving in bijvoorbeeld de Indische Oceaan, zoals die van 26 december 2004. De platen in de Indische oceaan schuiven namelijk over elkaar heen, terwijl de platen in de Atlantische oceaan langzaam uit elkaar schuiven. Een aardbeving in de Atlantische Oceaan zou dus zeer waarschijnlijk niet krachtig genoeg zijn om een tsunami te veroorzaken.
Links
Links om meer te weten te komen over tsunami’s:
- www.kennislink.nl
- www.natuurinformatie.nl
Specifieke informatie over de tsunami van 26 december 2004
- www.nos.nl/nieuws/achtergronden
Bronnen
- www.kennislink.nl
- www.natuurinformatie.nl
- www.nos.nl/nieuws/achtergronden
- www.wnf.nl
- www.ocean98.org
- www.livescience.com
- www.pi.net





