De Zandkreekdam

Zandkreekdam
Video: Zandkreekdam
Korte tijd nadat de kering in de Hollandse IJssel was afgerond, werd begonnen aan de bouw van de Zandkreekdam. Dit was een van de twee dammen die Walcheren, Noord-Beveland en Zuid-Beveland volgens het 'Drie Eilandenplan' zouden gaan verbinden.

Speerpunten

De Zandkreekdam kon niet zonder slag of stoot worden geplaatst. Er waren acht punten waarmee men rekening moest houden om de bouw succesvol te maken.

  1. De sluiting van de dam moest bij lage waterstanden plaatsvinden, en bij voorkeur tijdens de periode van ‘doodtij’, het tweemaal per maand optredend getij waarbij het verschil tussen hoogwater en het daaropvolgende laagwater het kleinst is.
  2. De caissons konden niet worden afgezonken bij stroomsnelheden hoger dan 0,8 meter per seconde.
  3. De caissons moesten worden afgezonken met behulp van een kraan, die er voor zorgde dat de caissons niet scheef kwamen te staan.
  4. Nadat een
    Eindsituatie na gereedkomen van de Zandkreekdam en sluis
    Eindsituatie
    caisson was geplaatst, moest er nog een opzetstuk worden geplaatst. Dat moest gebeuren voordat het hoogwater werd, omdat het caisson zonder opzetstuk NAP + 1 meter was en het hoogwater NAP 1,5 m. Als het opzetstuk niet op tijd geplaatst zou zijn, zou het caisson tijdens het hoogwater overstromen. 
  5. Op de dag dat de caissons waren geplaatst, moesten ook het zand en de stenen aan beide zijden van de dam aangebracht worden. Zo werd voorkomen dat de caissons door de getijdewerking zouden gaan schuiven. Het water kon dan wel niet meer over de caissons heen, maar wel er onderdoor. 
  6. De voegen tussen de geplaatste caissons moesten worden opgevuld.