Ze wilden niet door de moffen gered worden

"Ik was in die tijd dienstplichtig bij de marine, gelegerd in Hollandse Rading. Het weekend was ik met verlof in Eerbeek, dus thuis. Door de radio hoorden we dat alle verloven waren ingetrokken en iedereen terug moest naar het kamp. Daar aangekomen lag er een vissersboot klaar om naar het rampgebied te vertrekken. Via het Amsterdam-Rijnkanaal, Lek, Merwede kwamen we in Oude Tonge aan. Van daaruit gelijk maar in een roeiboot om mensen en dieren te helpen. Voor velen waren onze pogingen te laat. We zagen mensen drijven, dood, maar met hun bijbeltje in hun handen geklemd.

Toch zijn er nog veel mensen en dieren gered en op de dijk gezet in Oude Tonge. En toen gebeurde het: de dijk begaf het van binnen uit en wederom raakten de gereddenen in het water, terwijl ook de dijkhuizen in het water verdwenen. Gelukkig waren er wat binnenvaartschepen gekomen en konden we de geredde mensen in die boten plaatsen.

Van Oude Tonge werden we naar Bruinisse gedirigeerd. Daar konden we de mensen van de daken en uit de zolderkamers halen. We konden zo de bovenverdieping binnenroeien. Op een van die zolders hebben we nog even geslapen. We brachten de mensen naar Zijpe waar een soort van hoofdkwartier was ingericht. In een van de rijnaken was slaapgelegenheid voor ons.

Ook sliep daar een groep Duitse soldaten die met een amfibievaartuig veel goed werk deden. Op een avond, we hadden op de boot een vuurtje gemaakt, zat een van de Duitsers te huilen. Hij vertelde ons dat ze bij een boerderij waren gekomen waar een hele familie op het dak zat. Maar ze wilden niet door de moffen gered worden. Ondertussen was er ook helikopterhulp gearriveerd. Helaas raakte het kleine propellertje iemand, die overleed.

Op de negende dag arriveerde het koninklijk jacht de Piet Hein met prins Bernhard en die had een hofmeester nodig en dat was ik. Alleen moest ik eerst nog in de kleren worden gestoken, want ik was veel kwijtgeraakt en weg gegeven. Dus toen sliep ik op de Piet Hein, die inmiddels commandopost was geworden. Na zestien dagen werd ik afgelost. In het kamp Hollandse Rading kreeg ik voor iedere dag rampgebied een pakje sigaretten en voor iedere dag één dag verlof."

J.Dubbeldam
Sas van Gent

© PZC 18-01-2003