De zeespiegel

De zeespiegel is de hoogte van het gladde zeeoppervlak ten opzichte van een horizontaal  standaardvlak. Vaak wordt als standaardvlak het Normaal Amsterdams Peil (N.A.P.) gebruikt, en zeggen mensen dat de zeespiegel gelijk is aan nul N.A.P. In het artikel over het Normaal Amsterdams Peil kan je echter lezen dat dat niet meer klopt, maar omdat het maar enkele centimeters scheelt, zeggen we toch vaak voor het gemak dat de zeespiegel gelijk is aan het Normaal Amsterdams Peil.

De zeespiegel: niet helemaal horizontaal

De zeespiegel zelf wordt ook vaak als standaardvlak gebruikt. We zeggen dan dat iets 'boven of onder zeeniveau' of 'boven of onder de zeespiegel' ligt. Toch zit er een nadeel aan het gebruik van de zeespiegel als standaardvlak voor hoogtebepaling. Het is namelijk zo, dat het zeeoppervlak niet helemaal horizontaal is: er zit een kleine helling in. Op sommige plaatsen is de zeespiegel dus hoger dan op andere plaatsen. De helling kan meerdere oorzaken hebben, bijvoorbeeld de getijden, de traagheidskracht en atmosferische invloeden. De getijden hebben invloed op de helling van de zeespiegel doordat het langs de Nederlandse kust niet altijd overal tegelijk eb of vloed hoeft te zijn. Zo kan het bijvoorbeeld voorkomen dat het vloed is in Walcheren, en het eb is bij Texel. Het zeeoppervlak is dan niet helemaal horizontaal.

Een andere oorzaak van de kleine helling die de zeespiegel kan hebben, is de zogenaamde corioliskracht. Als een voorwerp zich beweegt in een draaiend coördinatensysteem, zal het pad van het voorwerp ogenschijnlijk gaan afwijken van een rechte lijn, hetgeen te danken is aan het Corioliseffect. Als de waarnemer in het bewegende coördinatensysteem staat, lijkt deze afwijking veroorzaakt te worden door een kracht die op het voorwerp werkt. In werkelijkheid is er echter geen kracht, maar wordt het effect veroorzaakt door de draaiing, die inderdaad een versnelling veroorzaakt van het coördinaten systeem zelf. Als de draaiing niet te snel is, zal de waarnemer deze kracht met zijn eigen lichaam niet waarnemen. Een soortgelijk effect is de centrifugaalkracht. Het belangrijkste voorbeeld van het corioliseffect is het effect dat de draaiing van de aarde heeft op bewegende lucht. Hierdoor gaat de lucht schijnbaar niet meer rechtuit ten opzichte van het aardoppervlak, maar vertoont de lucht een draaiing. Het effect is omschreven in de Wet van Buys Ballot.
Simpel gezegd is de corioliskracht een kracht die aan het aardoppervlak ontstaat doordat de aarde draait. Hierdoor zal een bewegend voorwerp op het noordelijk halfrond een afbuiging naar rechts krijgen, en een bewegend voorwerp op het zuidelijk halfrond krijgt een afbuiging naar links. Bij stromend water geeft de corioliskracht een kleine helling in de dwarsrichting, waardoor het zeeoppervlak dus niet helemaal horizontaal ligt. Voor meer (engelstalige) informatie over het effect, kijk op: http://www.ems.psu.edu/~fraser/Bad/BadCoriolis.html.

Ook atmosferische invloeden kunnen invloed hebben op de zeespiegel. Atmosferische invloeden zijn onder andere de luchtdruk en de wind. Als er bijvoorbeeld een grote storm is, is de zeespiegel niet horizontaal.

Zeespiegelstijging

De zeespiegel is dus niet helemaal horizontaal. Ook de hoogten van de zeespiegel verschillen. De laatste 5000 jaar is er sprake van een relatieve zeespiegelrijzing in Nederland. De afgelopen eeuw is de zeespiegel ongeveer met 20 centimeter gestegen. De komende eeuw zal de zeespiegel nog meer stijgen: de verwachting is dat de zeespiegel over honderd jaar met 60 centimeter gestegen zal zijn.