Zoute helden ongedecoreerd

"Op 1 februari 1953 was ik Officier van Gezondheid en met weekendverlof in Vlissingen. Daar had ik in de rampnacht in de Walstraat het zeewater getrotseerd. Toen de straat de volgende dag weer droogviel heb ik mij direct gemeld in het Garnizoen Middelburg, waar ik werd geconsigneerd in het Militair Hospitaal als assistent van de burger-contractarts dokter Reyerse. Vanuit de Kloveniersdoelen verzorgden wij de militairen die in Zeeland waren ingezet in de geïnundeerde gebieden en bij de dijken die waren doorgebroken.

Daarbij bleken de soldaten drie maal zoveel werk te verzetten als de gemiddelde dijkwerker. Dat gaf natuurlijk blessures maar er was niemand die `zich drukte`. Dus hielden wij ook ziekenrapport in een boerenschuur in Zuid-Beveland. Soms namen we zieke militairen mee naar Middelburg waar ze werden opgenomen in een geïmproviseerde ziekenzaal in de Kloveniersdoelen, waar ze onder de hoede kwamen van de `hospikken`. Sommigen waren ernstig ziek met hoge koorts wegens keelontsteking of longontsteking. Gelukkig hadden we de beschikking over penicilline dat toen nog dag en nacht om de drie uur moest worden ingespoten. Ze zijn gelukkig allen hersteld.

Er is op de Zuid-Bevelandse dijkjes nog een jonge vaandrig omgekomen. Hij reed in een jeep achter een colonne vrachtauto`s die zijn manschappen vervoerde. Hij probeerde via een afrit en een parallelweg bij de volgende oprit op kop van zijn colonne te komen maar kwam een meter te kort en belandde onder de voorste vrachtauto.

Ik herinner mij ook nog een kolonel van de Militaire Politie. Hij begeleidde Wilhelmina, `d`ouwe Koninhinne`, op haar tocht door het rampgebied en was verantwoordelijk voor de veiligheid van de eigenzinnige 72-jarige vorstin. Er was natuurlijk geen enkel draaiboek en het was improviseren van begin tot het eind. De man was volledig `over de rooie`. Ik droeg een geleende battle-dress zonder distinctieven en moest me eerst legitimeren alvorens ik hem wat kalmerende pilletjes kon meegeven. We leefden in die dagen van gevechtsrantsoenen en dat was haute-cuisine voor de dienstplichtige soldaat, ook rookgerei werd in ruime mate aangevoerd.

Er werd in die tijd gesproken over een plan om militairen die in het rampgebied waren ingezet een speciale onderscheiding te geven. Daarbij werd verwezen naar de `Watersnoodpet 1906` die in de militaire voorschriften scheen voor te komen. Het plan is kennelijk doodgebloed (of in de slik gesmoord) en u kunt de zoute helden van toen niet meer herkennen."

A.H. van Dijk
Vlissingen

©PZC 14-01-03